ECLI:NL:RBMNE:2026:2331

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
30 maart 2026
Publicatiedatum
11 mei 2026
Zaaknummer
UTR 24/6354
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens ontbreken geldig parkeerrecht

De heffingsambtenaar legde aan eiser een naheffingsaanslag parkeerbelasting op vanwege het parkeren zonder geldig parkeerrecht op 9 oktober 2023. Eiser maakte bezwaar tegen deze aanslag, dat door de heffingsambtenaar ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde eiser beroep in bij de rechtbank.

Tijdens de zitting op 30 maart 2026 was verweerder aanwezig, maar eiser verscheen niet. De rechtbank oordeelde dat uit het parkeervergunningsysteem bleek dat het kenteken van eiser niet gekoppeld was aan een geldige parkeervergunning op het moment van de naheffing. Eiser heeft dit niet betwist.

Daarom is de naheffingsaanslag terecht opgelegd en wordt het beroep ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en het betaalde griffierecht wordt niet teruggegeven. De uitspraak is mondeling gedaan en partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep.

Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van een geldig parkeerrecht.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/6354
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 maart 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser,

en
de heffingsambtenaar van Belastingsamenwerking gemeenten & Hoogheemraadschap Utrecht, verweerder.

Procesverloop

1. De heffingsambtenaar heeft aan eiser een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd met aanslagnummer [nummer] , dagtekening 25 oktober 2023. Eiser heeft hier bezwaar tegen gemaakt dat is ontvangen op 1 februari 2024.
2. De heffingsambtenaar heeft, met de bestreden uitspraak van 23 april 2024, het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. De heffingsambtenaar heeft daarbij de naheffingsaanslag gehandhaafd. Eiser heeft op 30 mei 2024 beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
3. De rechtbank heeft het beroep op 30 maart 2026 op zitting behandeld. Verweerder is daarbij verschenen. Eiser is, zonder tegenbericht, niet verschenen.
4. Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

5. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
6. Op 9 oktober 2023 om 13:53 stond de auto met het kenteken [kenteken] geparkeerd op een parkeerplaats aan de Lorentzlaan in Utrecht.
7. Tussen partijen is in geschil of eiser had geparkeerd met een geldig parkeerrecht. Volgens eiser had hij een parkeervergunning op het moment van het opleggen van de naheffingsaanslag. De rechtbank volgt eiser hierin niet. Uit het door verweerder overgelegde overzicht uit het parkeervergunningsysteem (zie onderstaand overzicht) volgt dat het kenteken [kenteken] niet gekoppeld was aan een parkeervergunning. Eiser heeft dit niet weersproken. Op het moment van het opleggen van de naheffingsaanslag parkeerbelasting was er dus geen geldig parkeerrecht. De naheffingsaanslag parkeerbelasting is terecht opgelegd. De beroepsgrond slaagt niet.
Afbeelding verwijderd i.v.m. herleidbaarheid.
8. Gelet op het voorgaande is het beroep van eiser ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Ook krijgt eiser het betaalde griffierecht niet terug.
9. Op de zitting is gewezen op de mogelijkheid om tegen deze uitspraak in hoger beroep te gaan op de manier zoals onderaan dit proces-verbaal staat omschreven.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.W.A. Schimmel, rechter, in aanwezigheid van
A. Kasi, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 30 maart 2026.
De griffier is verhinderd om
de uitspraak te ondertekenen.
griffier
rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.