Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 mei 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
[derde belanghebbende](de vergunninghouder) heeft niet aan de zaak deelgenomen.
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser, wonend tegenover de woning aan een adres in de gemeente Gooise Meren, maakt bezwaar tegen de omgevingsvergunning die het college heeft verleend voor het realiseren van een derde bouwlaag en dakkapellen aan de woning van de vergunninghouder. Het college verleende de vergunning op 17 april 2025 en verklaarde het bezwaar van eiser ongegrond op 5 augustus 2025. Eiser stelde beroep in bij de rechtbank.
De kern van het geschil betreft de vraag of het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan Oudere Dorp, met name over de maximale goothoogte, de hellingshoek van de kap en de toegestane dakkapellen. Eiser stelt dat het bouwplan een hogere goot creëert, de hellingshoek te steil is en de dakkapellen niet voldoen aan de planregels.
De rechtbank oordeelt dat het bouwplan past binnen het bestemmingsplan. De goothoogte wijzigt niet omdat het regenwater via bestaande goten wordt afgevoerd. De hellingshoek van 65° is conform de bouwtekening en de dakkapellen voldoen aan de voorgeschreven maatvoering en definitie. Het college had geen ruimte voor een belangenafweging omdat deze al bij het bestemmingsplan is gemaakt.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, de omgevingsvergunning blijft in stand en eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter S.C.A. van Kuijeren op 7 mei 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard en de vergunning blijft in stand.