Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:2313

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
29 april 2026
Publicatiedatum
10 mei 2026
Zaaknummer
12073556 \ MC EXPL 26-477
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • M.S. Koppert
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230m BWArt. 6:230v BWArt. 6:44 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling resterende factuur voor matras via externe verkoper op Bol.com

In deze zaak vordert Bol.com betaling van het resterende bedrag van een factuur voor een matras die de gedaagde in februari 2024 via een externe verkoper op de website van Bol.com heeft gekocht. De gedaagde erkent de hoofdsom, maar stelt dat er een betalingsregeling is getroffen. De kantonrechter constateert dat de essentiële informatieverplichtingen uit het Burgerlijk Wetboek zijn nageleefd en dat de gedaagde de matras heeft ontvangen en gehouden, waardoor zij de koopprijs moet voldoen.

Bol.com heeft ook rente en buitengerechtelijke incassokosten gevorderd, maar de kantonrechter wijst deze af omdat Bol.com een te recente versie van de algemene voorwaarden heeft overgelegd die niet van toepassing is op de overeenkomst. De reeds gedane betaling van €72,24 wordt eerst in mindering gebracht op kosten en rente en vervolgens op de hoofdsom, zodat nog €176,76 aan hoofdsom resteert.

De gedaagde heeft na 3 februari 2026 deelbetalingen verricht in het kader van een betalingsregeling, welke in mindering worden gebracht op de hoofdsom. De kantonrechter wijst het bezwaar van de gedaagde tegen de proceskosten af, omdat de zitting terecht heeft plaatsgevonden en de gedaagde niet tijdig betaalde. De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het resterende bedrag en de proceskosten van €352,08, met verklaring van uitvoerbaarheid bij voorraad.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €176,76 aan Bol.com en de proceskosten van €352,08.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almere
Zaaknummer: 12073556 \ MC EXPL 26-477
Vonnis van 29 april 2026
in de zaak van
BOL.COM B.V., (mede) handelend onder de namen BOL.COM, BOL. en BOL,
gevestigd en kantoorhoudende te Amsterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: Bol,
gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V.,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 19 januari 2026 met producties 1 tot en met 22;
- de conclusie van antwoord van 4 februari 2026 met bijlage;
- de akte van Bol van 4 maart 2026;
- de mondelinge akte van [gedaagde] van 1 april 2026.
1.2
De kantonrechter heeft besloten dat vandaag de uitspraak is.

2.De kern van de zaak

2.1
Deze zaak gaat over een matras die [gedaagde] volgens Bol via de website van Bol in februari 2024 heeft gekocht bij een externe verkoper. De kosten voor de matras waren
€ 249,00. Bol heeft [gedaagde] daarvoor een factuur gezonden. [gedaagde] heeft de factuur niet volledig betaald. Bol vordert daarom in deze procedure dat [gedaagde] wordt veroordeeld om het restant van de factuur, met rente en kosten, aan haar te betalen. [gedaagde] heeft de verschuldigdheid van het restant van de factuur niet betwist. [gedaagde] geeft aan dat zij met Bol een betalingsregeling heeft getroffen. Omdat de regeling zeer recent tot stand was gekomen, kon de zitting niet meer op tijd worden ingetrokken.
2.2
De kantonrechter geeft Bol grotendeels gelijk. [gedaagde] moet het restant van de factuur en de proceskosten aan Bol betalen.

3.De beoordeling

Ambtshalve toetsing van de informatieverplichtingen en de algemene voorwaarden

Bol heeft voldaan aan de essentiële informatieverplichtingen
3.1
[gedaagde] heeft een matras gekocht, ontvangen en gehouden. Daarom moet [gedaagde] de volledige afgesproken koopprijs betalen.
3.2
Dat zou alleen anders kunnen zijn als essentiële informatieplichten zouden zijn geschonden, maar dat is niet het geval: in deze procedure zijn de informatieplichten van de artikelen 6:230m en 6:230v van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) van toepassing en de kantonrechter constateert dat de essentiële informatieplichten die in deze wetsartikelen zijn opgenomen, zijn nageleefd. Daarom heeft Bol recht op het volledige openstaande bedrag aan koopsom.
[gedaagde] moet de gevorderde hoofdsom betalen
3.3
[gedaagde] heeft de verschuldigdheid en de hoogte van de gevorderde hoofdsom van
€ 249,00 niet betwist. De gevorderde hoofdsom wordt als niet weersproken dan ook toegewezen.
[gedaagde] hoeft de rente en buitengerechtelijke incassokosten niet te betalen
3.4
Bol heeft ook rente en buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. Of [gedaagde] ook rente en buitengerechtelijk incassokosten moet betalen, hangt af van wat daarover in de algemene voorwaarden staat. Er zijn verschillende algemene voorwaarden van toepassing, namelijk ‘Algemene voorwaarden kopen bij andere verkopers’ en ‘Voorwaarden koper verkoper zakelijk’. In artikel 15 van Pro de Voorwaarden koper verkoper zakelijk en artikel 6 van Pro de Algemene voorwaarden kopen bij andere verkopers zijn bedingen opgenomen over de vergoeding van rente en incassokosten.
3.5
De kantonrechter constateert dat Bol een te recente versie van de Algemene voorwaarden kopen bij andere verkopers heeft overgelegd, die nog niet bestond toen de overeenkomst werd gesloten, en die dus niet van toepassing kan zijn. De Algemene voorwaarden kopen bij andere verkopers zijn namelijk kennelijk van 23 april 2025, terwijl de aankoop van de matras op 16 februari 2024 heeft plaatsgevonden. Daardoor kan de kantonrechter haar ambtshalve taak op dit punt niet uitvoeren. Om die reden worden de gevorderde rente en incassokosten bij wijze van ambtshalve sanctie afgewezen.
De betalingen na incassowerkzaamheden
3.6
Nadat Bol buitengerechtelijke incassowerkzaamheden heeft verricht, heeft [gedaagde] nog een bedrag van € 72,24 betaald aan Bol. Op grond van de wettelijke regeling zal deze betaling als eerste worden afgetrokken van de kosten, daarna van de verschenen rente en ten slotte van de hoofdsom. [1] In dit geval heeft dat tot gevolg dat alleen nog een bedrag van
€ 176,76 (= € 249,00 - € 72,24) aan hoofdsom wordt toegewezen.
De door [gedaagde] verrichte betalingen van na 3 februari 2026
3.7
[gedaagde] heeft in haar mondelinge antwoordakte aangegeven dat zij inmiddels deelbetalingen in het kader van de overeengekomen betalingsregeling van 3 februari 2026 heeft verricht. Bol heeft hier niet meer op kunnen reageren. Om voortgang in deze zaak te houden, zal daarom bepaald worden dat eventuele deelbetalingen, die [gedaagde] ná 3 februari 2026 heeft verricht en zien op deze vordering, in mindering worden gebracht op de toewijsbare hoofdsom.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
Het bezwaar van [gedaagde] tegen de proceskosten slaagt niet
3.8
[gedaagde] stelt dat zij voor de vordering al een betalingsregeling heeft getroffen, maar dat de procedure niet meer ingetrokken kon worden, omdat de regeling te recent was overeengekomen. Voor zover [gedaagde] daarmee heeft bedoeld dat de eerste rolzitting op 4 februari 2025 geen doorgang had moeten vinden en zij de kosten – die als gevolg daarvan zijn gemaakt – niet hoeft te betalen, gaat de kantonrechter hier niet in mee.
3.9
Bol heeft gesteld dat zij [gedaagde] heeft aangemaand voor de vordering. [gedaagde] had toen niet aan haar betaald. GGN heeft namens Bol [gedaagde] toen op 16 oktober 2025, 6 november 2025 en 24 november 2025 aangeschreven. Op die aanmaningen heeft Bol/GGN geen reactie en/of betaling van [gedaagde] ontvangen. Hierdoor was Bol genoodzaakt om [gedaagde] te dagvaarden. Dat heeft Bol op 19 januari 2026 tegen de zitting van 4 februari 2026 gedaan. Pas na dagvaarding en vlak voor de zitting, namelijk op 3 februari 2026, heeft [gedaagde] telefonisch contact met GGN opgenomen. Partijen hebben toen een betalingsregeling afgesproken (zie bijlage van [gedaagde] ). Tijdens het telefonisch contact en in de toelichting bij de betalingsregeling is vermeld dat de zitting op 4 februari 2026 gewoon doorgang zou vinden, omdat de vordering, zoals in de dagvaarding is vermeld, niet volledig vóór de rolzitting op 4 februari 2026 is betaald. Daarom is de zitting op 4 februari 2026 doorgegaan en is [gedaagde] volgens Bol de proceskosten verschuldigd. [gedaagde] heeft dit alles bij haar mondelinge antwoordakte niet meer weersproken, zodat de kantonrechter uitgaat van de juistheid van wat Bol naar voren heeft gebracht. De zitting van 4 februari 2026 is, gelet op het voorgaande, terecht doorgegaan.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
3.1
[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Bol worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
127,08
- griffierecht
139,00
- salaris gemachtigde
64,50
(1,5 punten × € 43,00)
- nakosten
21,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
352,08

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1
veroordeelt [gedaagde] om aan Bol tegen bewijs van kwijting te betalen € 176,76, waarbij rekening gehouden moeten worden met tussentijdse betalingen ná 3 februari 2026,
4.2
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 352,08, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.3
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
4.4
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.S. Koppert en in het openbaar uitgesproken op 29 april 2026.
HHt/37278

Voetnoten

1.Artikel 6:44 BW Pro.