Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:2312

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
29 april 2026
Publicatiedatum
10 mei 2026
Zaaknummer
11910745 \ LC EXPL 25-2020
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • I.M. Vanwersch
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:5 BWArt. 7:17 BWArt. 7:18a BWArt. 237 RvArt. 238 lid 1 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering ontbinding en herstel tweedehands auto wegens geen non-conformiteit of dwaling

Eiseres kocht op 18 juni 2025 een tweedehands Ford Focus uit 2012 met een kilometerstand van 195.582 van gedaagde sub 1. Binnen zes weken na aankoop traden problemen op aan de distributieriem en het koelvloeistofreservoir. Eiseres vorderde ontbinding van de koopovereenkomst, subsidiair vernietiging wegens dwaling, en herstel van gebreken.

De kantonrechter oordeelde dat de auto bij levering aan de overeenkomst voldeed. De distributieriem was aan slijtage onderhevig gezien leeftijd en kilometerstand, wat voor een koper van een tweedehands auto te verwachten is. Het gebrek aan het koelvloeistofreservoir was niet aanwezig bij levering, maar ontstond later door mogelijk onjuist gebruik door eiseres.

De bewijsvermoedens uit artikel 7:18a lid 2 BW werden door gedaagde sub 1 voldoende weerlegd. Ook de overige gestelde gebreken waren onvoldoende onderbouwd en gedaagde sub 1 was niet in verzuim. Het beroep op dwaling faalde omdat de auto bij verkoop goed was en de gebreken het gevolg waren van slijtage en gebruik.

De vorderingen tot ontbinding, vernietiging en herstel werden afgewezen. Eiseres werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten van €50,00. Het vonnis werd op 29 april 2026 gewezen door kantonrechter I.M. Vanwersch.

Uitkomst: De vorderingen tot ontbinding, vernietiging en herstel van de tweedehands auto worden afgewezen; eiseres draagt de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Lelystad
Zaaknummer: 11910745 \ LC EXPL 25-2020
Vonnis van 29 april 2026
in de zaak van
[eiseres],
wonende te [plaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: mr. M.P. Harten,
toevoegingsnummer: [toevoegingsnummer] ,
tegen

1.De vennootschap onder firma [gedaagde sub 1] ,

gevestigd en kantoorhoudende te [plaats] ,
2.
[gedaagde sub 2],
wonende te [plaats] ,
3.
[gedaagde sub 3] B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te [plaats] ,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen (in mannelijk enkelvoud): [gedaagde sub 1] ,
vertegenwoordigd door [A] .

1.De procedure

1.1
[eiseres] heeft op 29 september 2025 [gedaagde sub 1] gedagvaard om voor de kantonrechter te verschijnen. Daarbij heeft [eiseres] vier producties meegestuurd. [gedaagde sub 1] heeft op de dagvaarding geantwoord. Daarbij heeft [gedaagde sub 1] vijf producties overgelegd. De kantonrechter heeft besloten dat de zaak op een zitting verder besproken moet worden.
1.2
De zaak is op 31 maart 2026 bij de kantonrechter besproken. [eiseres] - vergezeld door haar partner de heer [B] - was verschenen. Zij werd bijgestaan door mr. Harten. Namens [gedaagde sub 1] was de heer [A] verschenen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat op de zitting is besproken.
1.3
De kantonrechter heeft besloten dat vandaag schriftelijk uitspraak wordt gedaan.

2.De kern van de zaak

2.1
[eiseres] heeft op 18 juni 2025 een tweedehands Ford Focus met het kenteken [kenteken] (hierna: de auto) voor een bedrag van € 4.000,00 van [gedaagde sub 1] gekocht. Het bouwjaar van de auto was 2012 en had een kilometerstand van 195.582. [eiseres] stelt dat zes weken na de aankoop er problemen met de auto waren opgetreden, die dusdanig ernstig zijn dat er sprake is van non-conformiteit. [eiseres] vordert - samengevat - primair ontbinding van de koopovereenkomst met terugbetaling van de koopsom, subsidiair vernietiging van de koopovereenkomst op grond van dwaling met terugbetaling van de koopsom en meer subsidiair herstel van de gebreken, het een en ander vermeerderd met rente en kosten. [gedaagde sub 1] is het om verschillende redenen niet eens met de vorderingen van [eiseres] . De vraag die in deze zaak beantwoord moet worden is of er sprake is van non-conformiteit dan wel dwaling op grond waarvan [gedaagde sub 1] de auto terug moet nemen en de koopprijs, met de nevenvorderingen, aan [eiseres] terug moet betalen.
2.2
De kantonrechter geeft [gedaagde sub 1] gelijk. De vorderingen van [eiseres] worden afgewezen. De kantonrechter is van oordeel dat er geen sprake is van non-conformiteit. Ook is er geen sprake van dwaling. [eiseres] moet de proceskosten van [gedaagde sub 1] betalen.

3.De beoordeling

Er is sprake van een consumentenkoop
3.1
De kantonrechter stelt voorop dat het in deze zaak gaat om een consumentenkoop. [1] De koop van een roerende zaak die is gesloten door [gedaagde sub 1] als verkoper die handelt in het kader van een handelsactiviteit, en [eiseres] als koper, een natuurlijk persoon die niet handelt in de uitoefening van een dergelijke activiteit. Dat betekent dat de consumentenbeschermende bepalingen van de titel ‘Koop en ruil’ van toepassing zijn. [2]
Het juridisch kader
3.2
Op grond van artikel 7:17 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) moet een verkochte zaak - in dit geval: de auto - beantwoorden aan de overeenkomst. Daarvan is sprake als de auto de eigenschappen bezit die [eiseres] als koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. [eiseres] mag verwachten dat de zaak de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan zij de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen, en bovendien de eigenschappen die nodig zijn voor een bijzonder gebruik dat bij de overeenkomst is voorzien. Het gaat erom wat [eiseres] , rekening houdend met alle omstandigheden van het geval, waaronder de aard van de zaak, mededelingen van [gedaagde sub 1] als verkoper, de prijs en de overige omstandigheden waaronder de koop plaatsvond, van de auto mocht verwachten.
3.3
Bij de koop van een tweedehands auto die bestemd is om aan het verkeer deel te nemen, wordt volgens vaste rechtspraak aangenomen dat de auto niet aan de overeenkomst beantwoordt als het gebruik van de auto een gevaar voor de verkeersveiligheid oplevert door een gebrek, dat niet eenvoudig door de koper is te ontdekken.
3.4
Bij een consumentenkoop geldt verder het wettelijke bewijsvermoeden van artikel 7:18a lid 2 BW. Als de afwijking van wat is overeengekomen zich binnen één jaar na aflevering openbaart, wordt vermoed dat de zaak bij aflevering niet aan de overeenkomst heeft beantwoord, tenzij de aard van de zaak of de aard van de afwijking zich daartegen verzet. Het is vervolgens aan de verkoper om te stellen en te bewijzen dat de zaak bij aflevering wel aan de overeenkomst beantwoordde.
De auto is niet non-conform
3.5
De kern van het geschil tussen partijen is dat zij van mening verschillen over het antwoord op de vraag of de auto aan de overeenkomst beantwoordde. [eiseres] stelt dat de auto niet aan de overeenkomst beantwoordde, omdat er mankementen zijn aan de distributieriem en het koelvloeistofreservoir van de auto, die binnen zes weken na de aankoop aan het licht zijn gekomen. Vermoed wordt dan ook dat de auto al bij levering van de auto niet goed was. [gedaagde sub 1] heeft dit standpunt van [eiseres] gemotiveerd betwist en stelt dat de auto wel conform was bij levering van de auto.
Distributieriem
3.6
[eiseres] stelt dat de distributieriem kapot is. Zij meent dat het gebrek aan de distributieriem al bij levering van de auto aanwezig was.
3.7
[gedaagde sub 1] heeft gemotiveerd betwist dat de distributieriem gebreken vertoonde bij de levering van de auto. Volgens [gedaagde sub 1] is de distributieriem een onderdeel dat onderhevig is aan slijtage. De door [eiseres] gekochte auto was oud en had flink wat kilometers op de teller. Dat de distributieriem vervangen diende te worden, kon [eiseres] dan ook verwachten.
3.8
Vast staat dat de auto was bij aankoop ongeveer dertien jaar oud (bouwjaar 2012) en had 195.582 kilometer op de teller staan. Van een tweedehands auto met deze eigenschappen is te verwachten dat deze op korte termijn onderhoud nodig zal hebben. Ook is het een feit van algemene bekendheid dat een distributieriem doorgaans aan vervanging toe is bij een gereden aantal kilometers tussen 60.000 en 160.000 en/of elke vijf tot tien jaar. Een koper van oude tweedehands auto met een fikse kilometerstand moet er dan ook rekening mee houden dat onderdelen vervangen moeten worden. Niet gesteld of is gebleken dat de distributieriem voor de koop is vervangen. Dit betekent dat [eiseres] er dan ook niet zomaar van uit kon gaan dat de auto na aankoop zonder meer en voor langere tijd volledig klachtenvrij zou zijn en zij geen onderhoud zou hoeven te plegen en/of onderdelen diende te vevangen. Redengevende feiten die een andere conclusie rechtvaardigen, zijn door [eiseres] onvoldoende gesteld, zodat aan bewijslevering niet wordt toegekomen. Dit heeft tot gevolg dat ervan uit wordt gegaan dat de distributieriem als gevolg van normale slijtage aan vervanging toe was.
Het koelvloeistofreservoir
3.9
[eiseres] stelt tevens dat het koelvloeistofreservoir een gebrek heeft, dat bij levering al bestond, omdat het binnen 6 weken na de levering optrad. Immers, op 6 augustus 2026 toen zij met haar gezin onderweg was naar Disneyland Parijs raakte de motor oververhit. Het koelvloeistofreservoir bleek leeg te zijn Die had [eiseres] bijgevuld en zij was weer gaan rijden. Kort daarna viel de auto volledig stil en startte de auto niet meer. De startmotor sloeg niet meer aan en er was een storing in het lagedruk brandstofcircuit. De auto werd afgesleept naar een Franse garage, maar een reparatie ter plaatse werd te risicovol bevonden. De auto is daarop naar Nederland versleept, waar [bedrijf] (hierna: [bedrijf] ) de auto heeft onderzocht. Uit het onderzoek van [bedrijf] is naar voren gekomen dat de koelvloeistof richting de motor lekt. Sindsdien staat de auto stil en kan er niet mee gereden worden, aldus [eiseres] .
3.1
[gedaagde sub 1] meent dat het gebrek aan het koelstofreservoir niet bij levering al aanwezig was, maar later is ontstaan door het handelen van [eiseres] zelf door te rijden met te weinig koelvloeistof.
3.11
[eiseres] heeft zich op het standpunt gesteld dat de auto niet aan de overeenkomst beantwoordt. Zij moet dit in beginsel stellen en zo nodig bewijzen. In deze zaak is echter onbetwist gesteld dat zich een gebrek aan het koelstofreservoir heeft geopenbaard binnen een jaar na de aankoop. In dat geval komt artikel 7:18a lid 2 BW [eiseres] tegemoet en wordt de bewijslast omgedraaid. Dat brengt met zich dat vermoed wordt dat het gebrek al bestond op het moment van aflevering, tenzij [gedaagde sub 1] bewijst dat het gebrek op dat moment nog niet bestond.
3.12
De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde sub 1] voldoende heeft onderbouwd dat het gebrek niet bestond op het moment van levering van de auto. Uit het taxatierapport van de officiële Toyota dealer - van wie [gedaagde sub 1] de auto heeft ingekocht - volgt dat er niks mis was met de auto. Ook staat vast dat [eiseres] nog zes weken (probleemloos) met de auto heeft gereden. Als er al sprake was van een lekkage aan het koelstofreservoir, dan had [eiseres] van meet af steeds aan koelvloeistof moeten bijvullen. Niet gesteld of is gebleken dat zij dit heeft moeten doen. Het probleem ontstond eerst na een wat langer rit naar Parijs. [gedaagde sub 1] stelt dat [eiseres] waarschijnlijk met onvoldoende koelvloeistof in het reservoir heeft gereden, waardoor dit gaandeweg is leeggeraakt en de motor oververhit is geraakt met alle mogelijke gevolgen van dien.
3.13
Hoewel het gebrek aan het koelvloeistofreservoir zich binnen een jaar na de levering van de auto heeft geopenbaard, verzet dit gebrek zich tegen het bewijsvermoeden dat het al bestond ten tijde van de levering. De reden hiervoor is dat [eiseres] de auto 6 weken probleemloos heeft kunnen gebruiken, hetgeen bij een van meet af aan lekkend koelreservoir niet had gekund. In dat geval had [eiseres] het reservoir vaker dienen bij te vullen en had zij waarschijnlijk natte plekken onder de auto aangetroffen. Hierover heeft [eiseres] niets vermeld. Dit heeft tot gevolg dat aangenomen wordt dat de auto ten tijde van de levering conform was.
3.14
Dit betekent dat de vordering tot ontbinding van de koopovereenkomst wordt afgewezen.
De overige gebreken
3.15
Voor zover [eiseres] meent dat de overige gestelde gebreken ten aanzien van de cilinderkop en/of bougie, die zij per WhatsApp aan [gedaagde sub 1] heeft laten weten, moeten leiden tot non-conformiteit van de auto, gaat de kantonrechter daar niet in mee. Nog daargelaten dat [eiseres] deze gestelde gebreken niet heeft onderbouwd is [gedaagde sub 1] ook nooit in gebreke gesteld voor het eventueel herstel hiervan. [gedaagde sub 1] is dan ook niet in verzuim ten aanzien van de voornoemde gebreken, wat wel een vereiste is voor de ontbinding van de koopovereenkomst.
Geen sprake van dwaling
3.16
[eiseres] stelt tevens - indien het beroep op non-conformiteit niet slaagt - dat de koopovereenkomst vernietigd moet worden op grond van dwaling. Volgens [eiseres] zou zij de auto niet gekocht hebben als zij op de hoogte was van de ernstige gebreken.
3.17
Zoals hiervoor overwogen is niet komen vast te staan dat de gebreken aan de distributieriem en het koelreservoir reeds bestonden ten tijde van de levering van de auto. Uit het rapport van de Toyota dealer van [gedaagde sub 1] volgt dat de auto goed was ten tijde van de verkoop. Aangenomen is dat de gebreken aan de auto te maken hebben met slijtage en het niet op tijd bijvullen van de koelvloeistof. Van dwaling is dan ook geen sprake.
3.18
Dit betekent dat de vordering tot vernietiging van de koopovereenkomst wordt afgewezen.
De vordering tot herstel wordt afgewezen
3.19
[eiseres] stelt dat voor zover er geen sprake is van ontbinding en/of vernietiging van de koopovereenkomst [gedaagde sub 1] over moet gaan tot herstel van de gebreken aan de auto. De kantonrechter wijst deze vordering ook af en wel om het volgende.
3.2
Zoals hiervoor is overwogen leiden de gestelde gebreken aan de distributieriem en het koelvloeistofreservoir niet tot non-conformiteit van de auto. [gedaagde sub 1] is dan ook niet gehouden om tot herstel over te gaan. De vordering tot herstel van de gebreken wordt daarom afgewezen.
De nevenvorderingen worden afgewezen
3.21
[eiseres] heeft vergoeding van de wettelijke rente over de terug te betalen koopsom, de buitengerechtelijke incassokosten en de autoverzekeringspremies gevorderd. De kantonrechter wijst deze vorderingen af en wel om het volgende.
3.22
Deze vorderingen zijn verbonden aan de hoofdvorderingen – verklaring voor recht en/of ontbinding van de koopovereenkomst en/of herstel van de gebreken aan de auto –, die afgewezen zijn. Daarom treffen deze nevenvorderingen tot betaling van de wettelijke rente, de buitengerechtelijke incassokosten en de autoverzekeringspremie hetzelfde lot als de hoofdvorderingen.
[eiseres] moet de proceskosten betalen
3.23
[eiseres] krijgt ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen (artikel 237 van Pro Wetboek Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv)). [gedaagde sub 1] heeft zelf, zonder gemachtigde, geprocedeerd. Op grond van het bepaalde in artikel 238 lid 1 Rv Pro komen dan voor vergoeding in aanmerking de noodzakelijke reis-, verblijf- en verletkosten. De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van [gedaagde sub 1] tot vandaag vast op € 50,00 in verband met het bijwonen van de mondelinge behandeling op 31 maart 2026.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1
wijst de vorderingen van [eiseres] af,
4.2
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van € 50,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiseres] niet tijdig aan de proceskostenveroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.M. Vanwersch en in het openbaar uitgesproken door
mr. H.M.M. Steenberghe op 29 april 2026.
HHt/37278

Voetnoten

1.Artikel 7:5 van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).
2.Titel 1 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek.