In deze civiele zaak vordert eiseres betaling van openstaande facturen voor schoonmaakwerkzaamheden in het pand van gedaagde tot en met 10 oktober 2024. Gedaagde heeft betaling opgeschort vanwege vermeende gebrekkige uitvoering, maar heeft de overeenkomst niet ontbonden.
De kantonrechter stelt vast dat de overeenkomst is gesloten tussen eiseres en de moedermaatschappij namens haar dochtermaatschappijen, waaronder gedaagde, die daardoor betalingsplichtig is. Hoewel gedaagde klachten over de schoonmaak heeft ingediend, is opschorting slechts een tijdelijke maatregel en ontslaat niet van betaling zolang de overeenkomst niet is ontbonden.
Gedaagde kon ook geen beroep doen op verrekening wegens onvoldoende onderbouwing van schade. De kantonrechter wijst de vordering tot betaling van wettelijke rente af omdat de betalingstermijn van 90 dagen niet was overschreden. Partijen krijgen gelegenheid zich uit te laten over de ontbinding van de overeenkomst. De zaak wordt aangehouden voor verdere beslissing.