Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
[procesdeelnemer 6] ,in zijn hoedanigheid van bestuurder van gedaagde sub 1,
[procesdeelnemer 7] ,in haar hoedanigheid van voormalig (indirect) bestuurder van gedaagde sub 1,
[procesdeelnemer 8] ,in zijn hoedanigheid van voormalig (indirect) bestuurder van gedaagde
[procesdeelnemer 7] ,
[procesdeelnemer 8] ,
2. [procesdeelnemer 6] ,
1.De procedure
- de dagvaarding van SNCU met 30 producties
- de incidentele conclusie van gedaagden sub 2, 3, 4, 6 en 7 met 4 producties
- de incidentele conclusie van antwoord van SNCU met productie 31
- het vonnis in het incident van 15 januari 2025
- de conclusie van antwoord van gedaagden sub 2, 3, 4, 6 en 7 met 7 producties
- de akte van gedaagden sub 2, 3, 4, 6 en 7 tot overlegging nadere producties 8 en 9
- de berichten van 27 mei 2025 en 10 juni 2025 van mr. Van den Velde met aanvullende stukken
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling op 11 juni 2025
- de conclusie van antwoord van [procesdeelnemer 6] .
2.De kern van de zaken
3.De achtergrond van de zaken
4.De beoordeling
Beleid methodiek (forfaitaire) schadevergoeding SNCU’is weliswaar opgenomen dat die bepalingen slechts zien op het bestedingsdoel van de verkregen gelden en niet op de aard van de schadevergoeding, maar dat blijkt niet uit de betreffende bepalingen en is door SNCU in deze procedure ook onvoldoende onderbouwd. Het uitgangspunt blijft dus dat de schade concreet moet worden begroot.