Eiser en gedaagde zijn buren waarvan de achtergevel van eiser grenst aan de tuin van gedaagde. Eiser vordert toegang tot de tuin van gedaagde om onderhoud en schoonmaak aan zijn woning uit te voeren, nadat hij sinds augustus 2025 geen toegang meer heeft. De voorzieningenrechter wijst deze vordering toe, omdat eiser een spoedeisend belang heeft en gedaagde geen gewichtige reden heeft om toegang te weigeren.
Eiser vordert tevens dat gedaagde de beplanting langs de achtergevel verwijdert of snoeit. Deze vordering wordt afgewezen omdat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er een afspraak was om geen beplanting te plaatsen, dat de heesters binnen de wettelijke afstand van een halve meter van de erfgrens staan, of dat er sprake is van onrechtmatige hinder. De hinder door lichtontneming, tikken van takken en slakken is onvoldoende onderbouwd.
Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten van €925 en de proceskosten van €1.443,02. Er wordt geen dwangsom opgelegd omdat gedaagde tijdens de zitting toezegde eiser toegang te verlenen. De voorzieningenrechter benadrukt het belang van redelijke afspraken tussen buren voor toekomstig onderhoud.