Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 april 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
de heffingsambtenaar van de gemeente [gemeente] , de heffingsambtenaar
Inleiding
€ 312.000,- naar de waardepeildatum 1 januari 2022. Bij deze beschikking heeft de heffingsambtenaar aan eiser als eigenaar van deze woning ook een aanslag onroerendzaakbelasting opgelegd, waarbij deze waarde als heffingsmaatstaf is gehanteerd.
23 november 2023 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiser ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van de woning gehandhaafd.
Beslissing
Overwegingen
22 december 2025 opnieuw gevraagd aan eiser om aan te geven waarom hij het niet eens is met het besluit. In deze brief is een termijn gegeven tot uiterlijk 19 januari 2026. Eiser heeft ook hierop niet gereageerd. Vervolgens heeft de rechtbank op 22 januari 2026 (gemachtigde van) eiser een aangetekende brief gestuurd, waarin eiser nogmaals in de gelegenheid wordt gesteld om uiterlijk 19 februari 2026 aan te geven wat de beroepsgronden zijn. De rechtbank stelt vast dat eiser hierop niet heeft gereageerd. Voorafgaand aan de zitting heeft de griffier per e-mail bericht van 21 april 2026 gevraagd aan de gemachtigde van eiser of hij bij de zitting aanwezig zal zijn. Ook op dit bericht is niet gereageerd.