ECLI:NL:RBMNE:2026:2227
Rechtbank Midden-Nederland
- Kort geding
- M.S. Koppert
- Rechtspraak.nl
Ontruiming woning wegens ontbreken hoofdverblijf huurder
De stichting Woonstichting Centrada vordert in kort geding de ontruiming van een woning die door [gedaagde partij] wordt gehuurd, omdat hij niet zijn hoofdverblijf in de woning zou hebben. Centrada baseert dit op een uitgebreid onderzoek met huisbezoeken, observaties, verklaringen van buurtbewoners en camerabeelden.
[gedaagde partij] betwist dit en stelt dat hij wel zijn hoofdverblijf in de woning heeft, ondanks zijn onregelmatige aanwezigheid vanwege zijn werk als taxichauffeur. De kantonrechter oordeelt dat Centrada voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het hoofdverblijf niet in de woning is, mede door het feit dat alleen de dochter en kleinzoon in de woning verblijven en de huurder slechts kortdurend aanwezig is.
De kantonrechter weegt het belang van Centrada om de woning aan een hoofdverblijfhebbende huurder te verhuren zwaarder dan het belang van [gedaagde partij] bij behoud van de woning. Gezien de aanwezigheid van een minderjarige in de woning wordt een ontruimingstermijn van één maand gesteld om nadelige gevolgen te beperken.
De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen deze termijn en tot betaling van de proceskosten. De vordering tot vergoeding van ontruimingskosten wordt afgewezen omdat deze kosten nog niet vaststaan en niet vooraf begroten kunnen worden.
Uitkomst: Huurder wordt veroordeeld tot ontruiming van de woning binnen één maand wegens ontbreken hoofdverblijf.