ECLI:NL:RBMNE:2026:2204
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op bezwaar compensatie kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar van 25 juni 2025 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. Verweerder heeft de beslistermijn overschreden en is op 27 november 2025 in gebreke gesteld. Eiseres heeft vervolgens tijdig beroep ingesteld.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is en dat verweerder alsnog binnen een realistische termijn een besluit moet nemen. Gelet op de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geldt een nadere beslistermijn van zestig weken na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn, in dit geval uiterlijk 23 december 2026.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van € 100,- per dag op voor elke dag dat verweerder de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiseres en het door haar betaalde griffierecht.
De uitspraak is gedaan door rechter I. Helmich en griffier I. van Ittersum op 31 maart 2026. Partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen de gestelde termijn een besluit te nemen met oplegging van een dwangsom.