Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 maart 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
Dienst Toeslagen, verweerder
Inleiding
Overwegingen
Beslissing
te ondertekenen
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag, waarop verweerder niet tijdig heeft beslist. Het bezwaar werd ontvangen op 2 augustus 2024, waarna de beslistermijn op 12 december 2024 verliep. Na ingebrekestelling op 28 oktober 2025 en het verstrijken van meer dan zestig weken, stelde eiseres beroep in tegen het niet tijdig beslissen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is en dat verweerder alsnog binnen twee weken na verzending van deze uitspraak een besluit op bezwaar moet nemen. De rechtbank sluit zich aan bij de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die een nadere beslistermijn van zestig weken hanteert, waarna een termijn van twee weken geldt.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van € 100,- per dag op met een maximum van € 15.000,- voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt. De rechtbank acht een hogere dwangsom niet nodig vanwege het ontbreken van weigerachtigheid en het belang van eiseres. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 467,- en het betaalde griffierecht van € 53,- aan eiseres.
Tot slot merkt de rechtbank op dat zij geen bevoegdheid heeft om verweerder te verplichten het dossier te verstrekken, omdat dit een feitelijke handeling betreft en geen besluit in de zin van de Awb.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op binnen twee weken een besluit op bezwaar te nemen, met oplegging van een dwangsom.