Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:2196

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
21 april 2026
Publicatiedatum
6 mei 2026
Zaaknummer
609295 HA RK 26-63
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens onvoldoende concrete gronden

Verzoeker heeft op 30 maart 2026 een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. D.C.P.M. Straver, de behandelend rechter in de hoofdzaak met zaaknummer 11885603 UC 25-7309. Het verzoek betrof onder meer het gebrek aan reactie op een bericht over contact met zijn gemachtigde en het ontbreken van een aangepaste setting tijdens de zitting.

De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld op grond van artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, dat stelt dat een rechter gewraakt kan worden indien feiten of omstandigheden de rechterlijke onpartijdigheid kunnen schaden. De rechter heeft in haar reactie aangegeven dat zij verzoeker per e-mail had geïnformeerd over de bespreking van het bericht en dat verzoeker niet eerder had aangegeven niet in één ruimte met de wederpartij te willen zijn.

De wrakingskamer oordeelt dat verzoeker niet concreet heeft gesteld welke feiten of omstandigheden de onpartijdigheid van de rechter aantasten. Verzoeker heeft ook geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om tijdens de zitting zijn verzoek toe te lichten. Hierdoor is niet komen vast te staan dat de onpartijdigheid van de rechter schade lijdt.

De wrakingskamer wijst het wrakingsverzoek af en bepaalt dat de procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen wegens onvoldoende concrete gronden voor aantasting van rechterlijke onpartijdigheid.

Uitspraak

Beslissing
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
WRAKINGSKAMER
Locatie: Utrecht
Zaaknummer: 609295 HA RK 26-63
Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van
21 april 2026
op het verzoek in de zin van artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) van:
[verzoeker] ,
wonende in [woonplaats] ,
hierna: verzoeker.

1.De procedure

1.1.
Verzoeker heeft op 30 maart 2026 mr. D.C.P.M. Straver gewraakt. Mr. Straver (hierna: de rechter) is de behandelend rechter in de zaak met het zaaknummer 11885603 UC 25-7309 (hierna: de hoofdzaak).
1.2.
Het wrakingsverzoek zou op 7 april 2026 in het openbaar worden behandeld door de wrakingskamer, maar daarbij is niemand verschenen.
1.3.
De uitspraak is bepaald op vandaag.

2.Het wrakingsverzoek

2.1.
Verzoeker schrijft in zijn wrakingsverzoek dat hij op 26 maart 2026 een bericht heeft gestuurd naar de rechtbank en daarop geen reactie heeft ontvangen. Dit bericht ging over het contact met zijn gemachtigde. In zijn wrakingsverzoek schrijft hij verder dat het kwalijk is dat hem in deze zaak geen aangepaste setting is aangeboden en dat er onvoldoende oog voor hem is als mens.
2.2.
De rechter heeft niet berust in de wraking. Dit betekent dat zij het niet eens is met de wraking. In haar schriftelijke reactie heeft de rechter dit uitgelegd. De rechter schrijft dat zij verzoeker per e-mail heeft laten weten dat zij zijn bericht over het contact met zijn gemachtigde tijdens de zitting wilde bespreken. Daarnaast schrijft zij dat zij uit het verzoek afleidt dat verzoeker niet in één ruimte met de wederpartij wil zijn. Omdat verzoeker dit niet eerder heeft laten weten, heeft zij hierop ook niet kunnen reageren.

3.De beoordeling

3.1.
In artikel 36 Rv Pro staat dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
3.2.
De wrakingskamer onderzoekt dus in een wrakingsprocedure of de onpartijdigheid van de rechter schade lijdt. Een rechter wordt geacht onpartijdig te zijn tot het tegendeel vaststaat. Een rechter is partijdig als uit dat wat zij doet of zegt (of juist niet) blijkt dat zij een persoonlijke vooringenomenheid heeft tegenover een procespartij. Daarnaast kan een procespartij het idee hebben dat de rechter vooringenomen is, of hij kan daar bang voor zijn. In dat geval onderzoekt de wrakingskamer of dat objectief gerechtvaardigd is. Als dat zo is, lijdt de rechterlijke onpartijdigheid schade.
3.3.
Het had op de weg van verzoeker gelegen om feiten en omstandigheden te stellen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Verzoeker heeft dit niet gedaan in zijn wrakingsverzoek (althans niet concreet genoeg), zodat het de wrakingskamer niet duidelijk is wat zijn wrakingsgronden zijn. Verzoeker is in de gelegenheid gesteld om tijdens de zitting te verschijnen om een toelichting te geven op zijn wrakingsverzoek. Van die mogelijkheid heeft verzoeker geen gebruik gemaakt. Dit betekent dat niet is komen vast te staan dat de rechterlijke onpartijdigheid schade lijdt.
3.4.
De conclusie is dat de wrakingskamer het wrakingsverzoek zal afwijzen.

4.De beslissing

De wrakingskamer
4.1.
wijst het wrakingsverzoek af;
4.2.
draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing toe te sturen aan verzoeker, de rechter waartegen het wrakingsverzoek is gericht, andere betrokken partijen, de teamvoorzitter van het team waarin de rechter werkt en de president van deze rechtbank;
4.3.
bepaalt dat de procedure van verzoeker met zaaknummer 11885603 UC 25-7309 moet worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek;
Deze beslissing is genomen door mr. M.E. Heinemann, voorzitter, en mr. D. Wachter en
mr. A.F. Hermans als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. D. van Wijk, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 21 april 2026.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.