ECLI:NL:RBMNE:2026:2194
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter in strafzaak wegens vermeende vooringenomenheid
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de behandelend rechter in zijn strafzaak, stellende dat de rechter de zaak inhoudelijk wilde behandelen terwijl het procesdossier incompleet was en er tijdens de zitting nieuwe stukken werden ingebracht. Verzoeker voelde zich hierdoor onder druk gezet en meende dat de rechter vooringenomen was, wat volgens hem een verwijzing naar een andere rechtbank rechtvaardigde.
De wrakingskamer onderzocht het verzoek en concludeerde dat de rechter op het moment van het wrakingsverzoek nog bezig was met de behandeling van een aanhoudingsverzoek en nog geen beslissing had genomen over de inhoudelijke behandeling van de zaak. Het proces-verbaal toonde aan dat verzoeker de ontbrekende stukken kon inzien, maar daar geen gebruik van maakte. Ook was de beslissing om een uur uit te trekken voor de zitting geen rechterlijke beslissing en vormde dit geen reden voor wraking.
De wrakingskamer oordeelde dat er geen objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid bestond en dat de rechter onpartijdig was. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen. De strafzaak zal worden voortgezet bij dezelfde rechtbank op de reeds vastgestelde datum. Een verwijzing naar een andere rechtbank is wettelijk niet mogelijk, ook niet bij toewijzing van een wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen en de strafzaak wordt voortgezet bij dezelfde rechtbank.