Uitspraak
1.De procedure
- de brief van [verweerder] van 24 maart 2026;
- het e-mailbericht van [verzoeker] van 9 april 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
In deze civiele procedure heeft de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland zich onbevoegd verklaard om kennis te nemen van een geschil over het einde van een individuele arbeidsovereenkomst. De verzoeker woont in een andere plaats dan waar de werkzaamheden werden verricht, namelijk in Vught, dat binnen het arrondissement van de rechtbank Oost-Brabant valt.
De gemachtigde van de verweerder stelde dat de rechtbank Oost-Brabant bevoegd is, wat door de gemachtigde van de verzoeker werd erkend. Op grond van artikel 7:686a lid 9 BW en de relevante bepalingen van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is de rechter van de woonplaats van de gedaagde of de plaats waar de arbeid gewoonlijk werd verricht bevoegd.
De kantonrechter verklaarde zich daarom onbevoegd en verwees de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch. Het vonnis is gewezen door mr. A.A.T. Werner en op 24 april 2026 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De kantonrechter verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak naar de rechtbank Oost-Brabant.