Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord, mondeling gegeven op de rolzitting van 31 december 2025,
- de conclusie van repliek.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
In deze zaak vordert ABN AMRO betaling van een openstaand saldo van een flexibel krediet dat in 2008 is afgesloten door de gedaagde. Door achterstanden in de maandelijkse aflossingen heeft ABN AMRO in 2022 het volledige openstaande bedrag opgeëist. De kantonrechter beoordeelt of de consumentenbeschermende bepalingen zijn nageleefd en concludeert dat de gedaagde voldoende geïnformeerd was over de rente en voorwaarden. Het verweer van de gedaagde dat hij niet op de hoogte was van het hoge rentepercentage wordt verworpen.
De gevorderde hoofdsom van € 2.673,68 wordt toegewezen omdat deze niet is weersproken. De gevorderde contractuele rente wordt afgewezen omdat niet duidelijk is overeengekomen dat na opeising contractuele rente verschuldigd is. Wel wordt de wettelijke rente toegewezen vanaf de datum van opeising, 12 augustus 2022, tot volledige betaling. De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de hoofdsom, wettelijke rente en proceskosten van in totaal € 1.292,64.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen. De gedaagde is in het ongelijk gesteld en moet de kosten van de procedure dragen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van openstaand saldo met wettelijke rente vanaf opeising en proceskosten.