Uitspraak
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de conclusie van antwoord met producties,
- de conclusie van repliek,
- de conclusie van dupliek,
- de akte van [gedaagde] ,
- de antwoordakte van [eiser] .
3.De beoordeling
“Ik stond onderin de sleuf samen met [B] . (…) Ja alles was duidelijk aangegeven door schildjes en afzethekken. (…) De meneer kwam vanaf het winkelcentrum en hoefde niet langs de kast aan de linkerkant. Hij ging met zijn rug langs de rechterzijde van de ingang waar het medicijnkastje in de muur zit.”
“De heer [eiser] kwam die dag vanaf de kant van het winkelcentrum aangelopen. (…) Het werkvlak was duidelijk afgezet d.m.v. ‘schrikhekken’ en schildjes. Aan de linkerkant was een stabiele looproute aangelegd hierdoor was het medisch centrum goed en veilig te bereiken voor zowel voetgangers, rolstoelen en rollators.”
“(…) Vanaf de rechterkant was de ingang eigenlijk niet bereikbaar, we wilde het gezondheidscentrum van de linkerkant bereikbaar houden maar het gezondheidscentrum vond van 1 kant te weinig en wilde ook recht voor de deur bereikbaar zijn omdat het hier gaat om een druk gezondheidscentrum, vonden zij 1 kant te weinig. (…) Er lag nog een pad langs de gevel waar meneer gebruik van heeft gemaakt om daar te komen moet je wel door een werk vak, ik denk dat meneer al zover was doorgelopen dat teruggaan geen optie meer was en het laatste stuk naar de deur voorlief heeft genomen.
“De heer [eiser] kwam van recht vanaf het winkelcentrum. (…)”
4.De beslissing
woensdag 13 mei 2026voor uitlating door [eiser] en [gedaagde] of zij (tegen)bewijs willen leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en/of door een ander bewijsmiddel,
bewijsstukkenwillen overleggen, zij die stukken dan direct in het geding moet brengen,
getuigenwillen laten horen, zij de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun gemachtigden in de maanden
juli 2026tot en met
oktober 2026dan direct moet opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,
alle partijenuiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor
alle beschikbare bewijsstukkenaan de kantonrechter en de wederpartij moeten toesturen,