ECLI:NL:RBMNE:2026:2151
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Pro forma ontbinding arbeidsovereenkomst na schikking wegens verstoorde arbeidsrelatie
De procedure betreft een verzoek tot vernietiging van ontslag op staande voet en een tegenverzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Partijen bereikten op 15 april 2026 overeenstemming over de afwikkeling van de arbeidsovereenkomst, waardoor de mondelinge behandeling kwam te vervallen.
De werknemer is sinds 1 februari 2008 in dienst en verzocht vernietiging van het ontslag op staande voet en diverse vergoedingen. De werkgever verzocht om ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van verwijtbaar handelen, verstoorde arbeidsrelatie, disfunctioneren en cumulatiegrond.
Partijen erkenden een ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsrelatie zonder verwijt aan beide zijden en spraken af dat het ontslag wordt ingetrokken bij ontbinding door de kantonrechter. De kantonrechter oordeelde dat er een redelijke grond voor ontbinding is, geen opzegverbod geldt en dat herplaatsing niet mogelijk is.
De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 augustus 2026. De werkgever wordt veroordeeld tot betaling van een transitievergoeding van €19.279,53. Partijen dragen ieder hun eigen proceskosten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 augustus 2026 met betaling van een transitievergoeding van €19.279,53.