Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord, met producties
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft een vordering van [eiser] B.V. tegen [gedaagde], voormalig werknemer, wegens overtreding van een concurrentiebeding. [gedaagde] was van 1 februari 2023 tot 30 juni 2025 in dienst en trad op 1 juli 2025 in dienst bij een concurrerend bedrijf. De voorzieningenrechter oordeelde eerder dat dit een overtreding van het concurrentiebeding was, waarna [gedaagde] per 24 juli 2025 stopte met werken bij de concurrent.
[eiser] vorderde een contractuele boete van €27.500 voor de periode 1 tot 24 juli 2025. [gedaagde] betwistte dit en stelde dat sprake was van misbruik van recht en dat de boete onevenredig zwaar was. De kantonrechter oordeelde dat de overtreding vaststaat en dat geen sprake is van misbruik van bevoegdheid door [eiser].
De rechter matigde de boete tot €4.000 omdat de gevorderde boete een buitensporig resultaat opleverde, mede omdat de schade van [eiser] niet concreet was onderbouwd. De omstandigheden van het dienstverband, de aard van het concurrentiebeding en de hoedanigheid van partijen werden meegewogen. Daarnaast werd het vakantiegeld verrekend en werden buitengerechtelijke incassokosten toegewezen. De proceskosten werden gecompenseerd en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Boete wegens overtreding concurrentiebeding gematigd tot €4.000 met verrekening vakantiegeld en toewijzing incassokosten.