Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.[gedaagde sub 1] ,
2.
[gedaagde sub 2],
1.De procedure
- de pleitnota van [achternaam] .
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
In deze zaak vordert eiseres, een bouwbedrijf, dat de tenuitvoerlegging van een dwangsombepaling uit een eerder kort geding wordt geschorst. Eiseres is gecontracteerd voor de bouw van een woning en boothuis, maar ondervindt vertragingen die zij toeschrijft aan gedaagde, die weigert facturen te betalen en geen duidelijke beslissingen neemt over bouwmethoden en materialen.
De voorzieningenrechter beoordeelt het spoedeisend belang en het executiegeschil, waarbij het instellen van hoger beroep tegen het eerdere vonnis de tenuitvoerlegging niet automatisch schorst. Op grond van een belangenafweging, waarbij de kans van slagen van het hoger beroep buiten beschouwing blijft, wordt geoordeeld dat de vertragingen en onduidelijkheden vooral in het nadeel van eiseres werken, terwijl gedaagde nauwelijks nadeel ondervindt van schorsing.
De rechter wijst de vorderingen tot opschorting van de opleverdatum en betaling van een geldvordering af wegens onvoldoende onderbouwing en onduidelijkheid over verantwoordelijkheden. De dwangsombepaling wordt geschorst totdat het hof in hoger beroep beslist. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten en wettelijke rente. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De tenuitvoerlegging van de dwangsombepaling wordt geschorst tot het hoger beroep is beslist, overige vorderingen worden afgewezen.