ECLI:NL:RBMNE:2026:2124
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering omgevingsvergunning voor balkonbeglazing wegens negatieve welstandsadviezen
Eiseres verzocht het college van burgemeester en wethouders van Utrecht om een omgevingsvergunning voor het plaatsen van transparante en wegschuifbare balkonbeglazing op haar hoekappartement. Het college weigerde deze vergunning op basis van negatieve adviezen van de supervisor van Leidsche Rijn Centrum en de Commissie Omgevingskwaliteit Utrecht.
Eiseres maakte bezwaar tegen deze weigering, stellende dat de balkonbeglazing haar woon- en leefklimaat zou verbeteren door wind- en geluidshinder te verminderen. Het college handhaafde het besluit en het beroep werd door de rechtbank behandeld.
De rechtbank overwoog dat het college een discretionaire bevoegdheid heeft om af te wijken van negatieve welstandsadviezen, mits dit deugdelijk wordt gemotiveerd. Het college vond het belang van een goede leefomgeving zonder strijdige bouwwerken zwaarder wegen dan het individuele belang van eiseres. Eiseres had onvoldoende specifiek bewijs geleverd dat haar hinder dermate ernstig was om af te wijken.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waardoor het bestreden besluit in stand blijft en eiseres geen balkonbeglazing mag aanbrengen. Het griffierecht wordt niet teruggegeven. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiseres is ongegrond verklaard en het college mag de omgevingsvergunning weigeren.