Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 april 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
[derde belanghebbende] B.V.(vergunninghouder), gevestigd in [vestigingsplaats]
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Deze zaak betreft het beroep van eiser tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort om een omgevingsvergunning te verlenen voor de uitbreiding van een horecafunctie op de begane grond van een pand in Amersfoort.
Eiser woont nabij het pand en voert aan dat de uitbreiding zal leiden tot meer geluidsoverlast en verkeersbewegingen, wat zijn woon- en leefklimaat negatief beïnvloedt. Het college heeft het bezwaar van eiser ongegrond verklaard en de vergunning verleend.
De rechtbank toetst of het college bij de vergunningverlening heeft gehandeld binnen de beleidsruimte die de Omgevingswet en het Besluit kwaliteit leefomgeving bieden, met name of sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De rechtbank oordeelt dat de vergunning betrekking heeft op een inpandige uitbreiding zonder wijziging van het terras of de laad- en losroute, en dat het college de belangen voldoende heeft afgewogen.
De rechtbank volgt het college in de motivering dat de uitbreiding bijdraagt aan het tegengaan van leegstand en het versterken van de levendigheid in het gebied. De geluid- en verkeersoverlast worden niet onaanvaardbaar vergroot. Het beroep wordt ongegrond verklaard, de vergunning blijft van kracht en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning voor uitbreiding van de horecafunctie wordt ongegrond verklaard en de vergunning blijft van kracht.