Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 april 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser,
Ministerie van Financiën, verweerder.
Inleiding
Overwegingen
Beslissing
te ondertekenen
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser heeft op 7 augustus 2025 een verzoek ingediend op grond van de Wet open overheid (Woo). Verweerder had uiterlijk 4 september 2025 moeten beslissen, maar deed dit niet tijdig. Eiser stelde verweerder op 10 oktober 2025 in gebreke en diende op 27 oktober 2025 beroep in wegens het niet tijdig beslissen.
De rechtbank constateert dat verweerder op 5 december 2025 alsnog een schriftelijke beslissing heeft genomen. Omdat het beroep mede betrekking heeft op dit besluit en eiser aangeeft het niet eens te zijn met de inhoud, wordt het beroep niet inhoudelijk behandeld maar doorverwezen naar de bezwaarprocedure bij de minister.
De rechtbank oordeelt dat eiser geen belang meer heeft bij een oordeel over het niet tijdig beslissen en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Wel wordt het door eiser betaalde griffierecht van €194,- vergoed omdat verweerder pas na het instellen van het beroep heeft beslist.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het griffierecht wordt aan eiser vergoed.