Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.De procedure
- de conclusie van antwoord in incident met producties 1 t/m 3;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
In deze zaak staat centraal de vraag wie gerechtigd is tot de rente over een vordering uit hoofde van een ouderlijke boedelverdeling binnen een nalatenschap met een tweetrapsmaking. De eiser, erfgenaam van de dochter van de erflater, vordert dat de gedaagde, als vereffenaar van de nalatenschap van de moeder, de rente over het aandeel van de dochter in de nalatenschap van haar vader betaalt.
De vader van de overledene had in zijn testament bepaald dat hetgeen zijn dochter onverteerd nalaat uit zijn nalatenschap, moet worden uitgekeerd aan de verwachter, de zus van de dochter. De rente over de vordering van de dochter op haar moeder uit hoofde van de ouderlijke boedelverdeling was niet uitgekeerd en bleef onderdeel van het fideï-commissaire vermogen.
De rechtbank volgt de juridische opinie dat de rente toekomt aan de verwachter en niet aan de erfgenaam van de dochter. Dit sluit aan bij de bedoeling van de erflater om zijn vermogen binnen de familie te houden. De vorderingen van eiser worden afgewezen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rente over de vordering blijft onderdeel van het fideï-commissaire vermogen en komt toe aan de verwachter; de vorderingen van eiser worden afgewezen.