Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:2063

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
6 mei 2026
Publicatiedatum
30 april 2026
Zaaknummer
11800682 \ MC EXPL 25-4085
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BWBesluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betalingsachterstand VvE deels toegewezen wegens onvoldoende onderbouwing extra bijdrage

De Vereniging van Eigenaars (VvE) vordert betaling van een achterstand in voorschotbijdragen van €2.441,92 van twee appartementseigenaren, vermeerderd met rente en incassokosten. De gedaagden betwisten de hoogte van de vordering en stellen dat zij een deel al hebben betaald en een deel niet verschuldigd zijn.

De kantonrechter beoordeelt het door de VvE overgelegde overzicht van betalingen en vaststellingen. Een eenmalige extra bijdrage van €1.744,82, waarop de VvE zich beroept, wordt niet toegewezen omdat het besluit daartoe niet voldoende is onderbouwd. Daarnaast wordt een onduidelijkheid in de verrekening van een eerdere betaling van €1.260,19 gecorrigeerd, waardoor een bedrag van €340,71 in mindering wordt gebracht.

Uiteindelijk wordt een betalingsachterstand van €156,17 toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 25 juni 2025. De gevorderde rente tot die datum wordt afgewezen wegens onvoldoende specificatie. De buitengerechtelijke incassokosten worden beperkt tot €48,40, conform het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten. Proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.

Uitkomst: De kantonrechter wijst een betalingsachterstand van €204,57 toe met rente en beperkt de incassokosten tot €48,40, terwijl het overige wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almere
Zaaknummer: 11800682 \ MC EXPL 25-4085
Vonnis van 6 mei 2026
in de zaak van
VERENING VAN EIGENAARS [locatie],
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: VvE,
gemachtigde: TeRecht deurwaarders,
tegen

1.[gedaagde sub 1] ,2. [gedaagde sub 2] ,

beiden wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] ,
gemachtigde: mr. B.P.J.M. Vloeijberghs.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 10 juli 2025 met producties 1 tot en met 4,
- de conclusie van antwoord met productie 1,
- de conclusie van repliek met productie 5 en 6,
- de conclusie van dupliek met producties 2 tot en met 5,
- de akte van VvE.
1.2.
Daarna heeft de kantonrechter bepaald dat er een vonnis komt.

2.De kern van de zaak

2.1.
[gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] zijn eigenaar van een appartementsrecht in [plaats] en moeten maandelijks bijdragen in de schulden en kosten die gezamenlijk voor de appartementseigenaren komen. VvE stelt dat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] een betalingsachterstand hebben van in totaal € 2.441,92. Zij vordert dat bedrag met rente en kosten. Volgens [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] klopt de berekening van dat bedrag niet. Zij stellen een deel al te hebben betaald en een deel niet verschuldigd te zijn waardoor VvE geen vordering overhoudt.
De kantonrechter wijst een bedrag van € 204,57 toe.

3.De beoordeling

3.1.
VvE vordert betaling van € 2.441,92 aan achterstallige bijdragen in de kosten en schulden van de gezamenlijke appartementseigenaren. Hierover berekent zij € 59,26 aan wettelijke rente tot aan de dagvaarding en € 443,21 aan buitengerechtelijke incassokosten. Zij vordert daarmee een totaalbedrag van € 2.944,39.
3.2.
VvE heeft ter onderbouwing van haar vordering een overzicht (productie 5 bij conclusie van repliek) overgelegd waaruit alle te betalen maandbijdragen en betalingen door [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] over de periode van 1 januari 2022 tot en met 10 november 2025 volgen. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] voeren terecht aan dat uit dit overzicht geen totale achterstand van € 2.441,92 volgt, maar een betalingsachterstand van € 2.241,70.
3.3.
In het overzicht staat een eenmalige VvE bijdrage van € 1.744,82 opgenomen. VvE heeft dit bij [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] in rekening gebracht, omdat volgens haar op 3 december 2024 op de algemene ledenvergadering is beslist dat leden een extra bijdrage zouden doen. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] betwisten dat. VvE heeft vervolgens een factuur van het bedrag overgelegd (productie 6 bij conclusie van repliek), maar de kantonrechter is het met [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] eens dat hieruit niet het besluit volgt. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hebben een overzicht overgelegd uit het digitale portaal waar alle leden toegang toe hebben, waarop te zien is dat alleen op 27 februari 2024 een besluit is genomen op de algemene ledenvergadering dat niet het door VvE gestelde besluit betreft. Volgens VvE is het besluit daar ook niet te vinden, maar op een andere pagina, namelijk de pagina ‘vergaderingen’. VvE heeft dit echter niet onderbouwd, zodat niet komt vast te staan dat alle leden op 3 december 2024 hebben besloten tot een extra bijdrage. Het bedrag van € 1.744,82 strekt dan ook in mindering op de hoofdsom van € 2.241,70.
3.4.
[gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] stellen verder een bedrag van € 1.260,19 te hebben betaald, omdat zij hiertoe op 5 juli 2023 door de kantonrechter zijn veroordeeld. Uit het overzicht volgt echter dat VvE enkel een bedrag van € 497,03 in mindering op de betalingsachterstand heeft gebracht. VvE voert aan dat een deel van het bedrag van € 1.260,19 bestemd was voor de proceskosten en er maar een bedrag van € 497,03 resteerde om in mindering te brengen op de betalingsachterstand. Uit het vonnis volgt echter dat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] zijn veroordeeld tot betaling van € 602,50, vermeerderd met wettelijke rente en tot betaling van € 422,45 aan proceskosten. Het bedrag van € 1.260,19 minus de proceskosten van € 422,45 komt uit op een bedrag van € 837,74. Waarom dan maar een bedrag van € 497,03 in mindering is gebracht op de betalingsachterstand is niet duidelijk. De kantonrechter brengt daarom op de hoofdsom van € 2.241,70 nog een bedrag van € 340,71 (€ 837,74 - € 497,03) in mindering.
3.5.
[gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] voeren nog aan dat in het overzicht de achterstand op 31 december 2022 onjuist berekend is. Dit moet volgens [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] € 523,53 zijn in plaats van € 623,32, maar dit is niet juist. Het beginsaldo op 1 januari 2022 is een achterstand van € 148,73. Hierna volgen volgens het overzicht 11 betalingen van € 99,79 in 2022. Volgens [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] moeten dit er 12 zijn. Het is juist dat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] 12 betalingen van € 99,79 hebben gedaan, maar uit de bankafschriften van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] (productie 2 conclusie van dupliek) volgt dat de betaling voor januari 2022 is gedaan op 31 december 2021. Deze is dus niet meegenomen in het overzicht. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hebben het beginsaldo op 1 januari 2022 niet betwist, zodat de kantonrechter ervan uitgaat dat dit bedrag juist is en VvE de betaling van 31 december 2021 al op de achterstand in mindering had gebracht waardoor die op 1 januari 2022 op € 148,73 uitkwam.
3.6.
Uit het voorgaande volgt dat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] nog een betalingsachterstand hebben van € 156,17 (€ 2.241,70 - € 1.744,82 - € 340,71). Dit bedrag zal worden toegewezen. Hetzelfde geldt voor de gevorderde wettelijke rente over de hoofdsom vanaf 25 juni 2025, omdat tegen deze vordering geen verweer is gevoerd.
3.7.
VvE heeft verder een bedrag van € 59,26 gevorderd aan rente, berekend tot aan 25 juni 2025, maar uit r.o. 3.6. volgt dat maar een klein deel van de vordering wordt toegewezen. VvE heeft niet gespecificeerd hoe het rentebedrag is berekend, zodat de kantonrechter niet kan berekenen welke bedrag gerekend tot aan de dag van de dagvaarding, [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] nog verschuldigd zijn aan rente. Het bedrag van € 59,26 zal dan ook worden afgewezen.
3.8.
VvE vordert tot slot vergoeding van € 443,21 aan buitengerechtelijke incassokosten. VvE heeft het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten vermeerderd met btw. Aan de wettelijke eisen voor een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is voldaan. De hoogte van de vordering zal worden getoetst aan het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De buitengerechtelijke incassokosten worden berekend aan de hand van het toegewezen bedrag. De gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is dus hoger dan het tarief dat in het Besluit is bepaald. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] zijn op basis van het tarief een bedrag van € 40,00 verschuldigd. Omdat VvE geen ondernemer is, wordt de vergoeding verhoogd met btw. Een bedrag van € 48,40 zal dan ook worden toegewezen
3.9.
Omdat beide partijen gedeeltelijk ongelijk krijgen, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
3.10.
De veroordelingen worden hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
veroordeelt [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hoofdelijk om aan VvE te betalen een bedrag van € 204,57, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over een bedrag van € 156,17, met ingang van 25 juni 2025, tot de dag van volledige betaling,
4.2.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
4.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
4.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.A. van Steenbeek en in het openbaar uitgesproken op 6 mei 2026.