Eisers, kinderen van de overleden erflater, vorderden inzage in alle bankafschriften van gezamenlijke rekeningen om de omvang van hun legitieme portie te kunnen berekenen en controleren. De erflater had hen onterfd en de gedaagde was benoemd tot enig erfgenaam en executeur.
De rechtbank oordeelde dat de gedaagde reeds voldoende documenten had verstrekt, waaronder een boedelbeschrijving, afschriften van rekeningen per overlijdensdatum, financiële jaaroverzichten en gezamenlijke belastingaangiften. Deze informatie was toereikend om de legitieme portie te berekenen zonder dat alle bankafschriften nodig waren.
De rechtbank vond geen aanwijzingen voor schenkingen, leningen of vorderingen die de legitieme zouden beïnvloeden. Ook was er geen noodzaak voor inzage in het uitgavepatroon of een onderzoek naar kosten van de huishouding, mede vanwege een vervalbeding in de huwelijkse voorwaarden.
De rechtbank adviseerde partijen tot overleg voor een minnelijke regeling gezien het geringe financiële belang en stelde de proceskosten tussen partijen gelijk. De hoofdzaak werd aangehouden voor verdere behandeling.