Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn bezwaar van 25 september 2023 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank had eerder op 28 augustus 2025 een termijn gesteld waarbinnen verweerder moest beslissen, maar verweerder heeft niet binnen die termijn een besluit genomen.
De rechtbank stelt vast dat de wettelijke beslistermijn is verstreken en dat meer dan zestig weken zijn verstreken sinds het verstrijken van die termijn. Gelet op de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bepaalt de rechtbank dat verweerder uiterlijk twee weken na verzending van deze uitspraak een besluit op bezwaar moet nemen.
De rechtbank legt een dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser en vergoeding van het griffierecht. De rechtbank motiveert de hoogte van de dwangsom mede vanwege het ontbreken van weigerachtigheid en het belang van eiser.