Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 januari 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, verweerder
[belanghebbende 2], uit [plaats] , belanghebbende
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser verzocht het college van burgemeester en wethouders van Utrecht om handhavend op te treden tegen het zonder omgevingsvergunning slopen van constructieve muren in een pand. Het college wees dit verzoek in 2019 af, waarna eiser bezwaar maakte en hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
In 2024 diende eiser een herhaald handhavingsverzoek in, onderbouwd met een schets uit 1995 die eind 2021 uit gemeentearchieven was opgedoken. Het college wees dit verzoek opnieuw af, verwijzend naar de eerdere beschikking. Eiser maakte bezwaar, dat eveneens werd afgewezen, waarna hij beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat de schets alleen aantoonde dat de muren aanwezig waren, maar niet dat deze onderdeel uitmaakten van de draagconstructie, hetgeen relevant was voor de vergunningplicht. Omdat de schets geen nieuw feit of veranderde omstandigheid vormde, mocht het college het verzoek afwijzen. Het beroep werd ongegrond verklaard, het griffierecht werd niet teruggegeven en proceskosten werden niet vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het herhaald handhavingsverzoek wordt ongegrond verklaard en het verzoek blijft afgewezen.