ECLI:NL:RBMNE:2026:2014
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing financiële ondersteuning voor afkopen Turkse dienstplicht wegens niet noodzakelijk voor nieuwe start
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor brede ondersteuning op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht), specifiek voor een financiële bijdrage om de Turkse militaire dienstplicht en bijbehorende boete af te kopen. Het college van burgemeester en wethouders van Almere heeft deze aanvraag afgewezen, stellende dat deze kosten niet noodzakelijk zijn voor het maken van een nieuwe start op het leefgebied gezin.
De rechtbank heeft het beroep van eiser op 18 maart 2026 behandeld. Eiser voerde aan dat de afwijzing een onevenredig zware impact heeft op zijn financiële situatie en gezin, mede door het toeslagenschandaal. Hij stelde dat het college onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar een gedeeltelijke vergoeding en dat het besluit onvoldoende gemotiveerd is.
De rechtbank oordeelt dat het college terecht heeft geoordeeld dat eiser een alternatieve weg kan bewandelen via het Turkse consulaat om vrijstelling van de dienstplicht te verkrijgen, gezien zijn arbeidsongeschiktheid in Nederland. De enkele stelling van eiser dat hij deze weg niet wil bewandelen is onvoldoende onderbouwd.
Verder is geen schending van het evenredigheids- of zorgvuldigheidsbeginsel vastgesteld. Het college heeft beleids- en beoordelingsruimte om te bepalen of ondersteuning noodzakelijk is en heeft dit zorgvuldig gedaan. Het beroep wordt ongegrond verklaard, en eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van financiële ondersteuning voor het afkopen van de Turkse dienstplicht wordt ongegrond verklaard.