Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 maart 2026 de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser,
de heffingsambtenaar van de gemeente [gemeente] , verweerder
Procesverloop
18 september 2024 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiser (deels) gegrond verklaard en de waarde van [adres 1] verlaagd naar € 448.000,- en de waarde van [adres 2] verlaagd naar € 412.000,-.
Overwegingen
35 m².
1 januari 2023. Eiser bepleit in beroep lagere waardes. De heffingsambtenaar handhaaft in beroep de vastgestelde waardes van € 448.000,- ( [adres 1] ) en € 412.000,- ( [adres 2] ).
Conclusie en gevolgen
Beslissing
P.W. Hogenbirk, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 19 maart 2026.