Eiser kreeg op 19 mei 2024 een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd omdat hij zonder betaling parkeerde aan de Scheendijk in Breukelen. Eiser betwistte de aanslag met het argument dat alle parkeerautomaten defect waren, ondersteund door foto's en een melding van de storing aan de gemeente. De gemeente erkende telefonisch dat alle parkeermeters buiten werking waren vanwege een stroomstoring.
De heffingsambtenaar stelde in de uitspraak op bezwaar dat slechts twee parkeerautomaten defect waren, maar onderbouwde dit niet met bewijs zoals een storingsoverzicht of betalingsgegevens. Bovendien was de heffingsambtenaar niet aanwezig bij de zitting om zijn stelling toe te lichten. De rechtbank achtte de uitleg van eiser daarom geloofwaardig en oordeelde dat het beroep gegrond is.
De rechtbank vernietigde de naheffingsaanslag en bepaalde dat het betaalde griffierecht aan eiser moet worden terugbetaald. Voor zover het beroep zich richtte tegen het dwangbevel verklaarde de rechtbank zich onbevoegd, omdat dit onder de civiele rechter valt. Eiser werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.