Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:1912

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
15 april 2026
Publicatiedatum
26 april 2026
Zaaknummer
11890713 \ UC EXPL 25-7423
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzekeringsuitkering wegens onvoldoende diefstalpreventie van auto

Eiseres sub 1 had haar auto verzekerd tegen diefstal bij ASR Schadeverzekering. Na diefstal van de auto vorderde zij vergoeding van €19.800,00. ASR weigerde uitkering omdat eiseres niet voldeed aan de polisvoorwaarden die vereisen dat de verzekerde er alles aan doet om diefstal te voorkomen.

De kantonrechter oordeelde dat eiseres sub 1 niet alles had gedaan om diefstal te voorkomen, omdat zij een keukenraam op de tochtstand had laten staan, waardoor een insluiper zonder braak het huis kon betreden en de autosleutel meenemen. De uitsluitingsgrond in de polisvoorwaarden werd als duidelijk en niet onredelijk beoordeeld.

Eiser sub 2 werd niet-ontvankelijk verklaard omdat hij geen verzekeringnemer was. De vordering van eiseres sub 1 werd afgewezen. Tevens werden de wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten afgewezen. Eiseres sub 1 en eiser sub 2 werden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de proceskosten en wettelijke rente over deze kosten.

De rechtbank benadrukte dat het sluiten van ramen en deuren tot de normale zorgvuldigheid behoort en dat het niet sluiten van het keukenraam een tekortkoming is die de verzekeraar recht geeft de uitkering te weigeren.

Uitkomst: De vordering tot schadevergoeding wegens diefstal van de auto wordt afgewezen omdat eiseres niet alles heeft gedaan om diefstal te voorkomen.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 11890713 \ UC EXPL 25-7423 RJ/58605
Vonnis van 15 april 2026
in de zaak van

1.[eiseres sub 1] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,
2.
[eiser sub 2] , ENIG AANDEELHOUDER EN ENIG BESTUURDER VAN [eiseres sub 1] B.V.,
wonende in [woonplaats] ,
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] ,
gemachtigde: mr. T. IJsenbrandt,
tegen
ASR SCHADEVERZEKERING N.V.,
gevestigd in Utrecht,
gedaagde partij,
hierna te noemen: ASR,
gemachtigde: mr. A.E.M. Langerhuizen.

1.De procedure

1.1
Bij de kantonrechter zijn de volgende stukken ingediend:
- de dagvaarding van 4 september 2025 met producties 1 tot en met 15;
- de conclusie van antwoord van 12 november 2025 met producties 1 tot en met 7;
- een filmpje aan de zijde van ASR.
1.2
Op 17 maart 2026 is de zaak besproken tijdens een mondelinge behandeling, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt. Daarbij was [eiser sub 2] aanwezig, samen met mr. T. IJsenbrandt. Namens ASR was mevrouw [A] ( [functie] ) aanwezig, samen met mr. A.E.M. Langerhuizen.
1.3
Aan het einde van de mondelinge behandeling heeft de kantonrechter bepaald dat vandaag uitspraak zal worden gedaan.

2.De kern van de zaak

2.1
[eiseres sub 1] heeft haar auto verzekerd tegen diefstal bij ASR. De auto is gestolen en [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] willen daarom dat ASR de schade van € 19.800,00 aan hen vergoedt. ASR wil de schade niet vergoeden, omdat zij vindt dat [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] er niet alles aan hebben gedaan om diefstal te voorkomen (zoals is vereist volgens de poliswaarden). Een insluiper is namelijk de woning binnengekomen door een raam dat op de tochtstand stond en heeft zo de autosleutels en daarmee de auto kunnen meenemen. De kantonrechter geeft ASR gelijk: de vordering wordt afgewezen.

3.De beoordeling

[eiser sub 2] is niet-ontvankelijk
3.1
[eiseres sub 1] en [eiser sub 2] hebben samen vorderingen ingesteld tegen ASR, maar uit het polisblad blijkt dat “de directie van [eiseres sub 1] B.V.” de verzekeringnemer is en niet [eiser sub 2] in persoon. [1] Omdat [eiser sub 2] geen verzekeringnemer is, heeft hij geen vorderingsrecht op ASR. De kantonrechter verklaart [eiser sub 2] daarom niet-ontvankelijk in zijn vorderingen.
De vorderingen van [eiseres sub 1] worden afgewezen
3.2
De vordering van [eiseres sub 1] wordt afgewezen, omdat het beroep van ASR op de uitsluitingsgrond slaagt: [eiseres sub 1] heeft er niet alles aan gedaan om diefstal van de auto te voorkomen. De kantonrechter volgt [eiseres sub 1] niet in haar betoog dat zij de uitsluitingsgrond niet duidelijk vindt (en deze daarom in haar voordeel moet worden uitgelegd) en ook niet in haar betoog dat zij er alles aan heeft gedaan om diefstal te voorkomen. De kantonrechter legt dat hierna uit.
Juridisch kader
3.3
In artikel 3.1 van de poliswaarden van ASR staat met betrekking tot de dekking onder punt 5 in de tabel het volgende:
“U bent verzekerd voor schade door (poging tot) diefstal, inbraak of joyrijden. Met diefstal bedoelen wij het stelen door anderen, of het kwijtraken door verduistering of oplichting.”
In de tabel naast de dekking staan de beperkingen en uitsluitingen waar ASR zich op beroept. Hierin staat:
“De bestuurder of gebruiker moet er alles aan doen om diefstal of joyrijden te voorkomen. Doet hij dit niet, dan krijgt u geen vergoeding. Dit geldt
bijvoorbeeld:
- als de auto onbeheerd is achtergelaten en niet is afgesloten of met de autosleutels erin of erop;
- als de autosleutels zijn achtergelaten in de brievenbus van een garage- of schadeherstelbedrijf.” [2]
De uitsluitingsbepaling is niet onduidelijk
3.4
[eiseres sub 1] vindt het onduidelijk hoe de uitsluitingsbepaling moet worden uitgelegd en wanneer deze van toepassing is. [eiseres sub 1] vindt dat een objectieve en subjectieve uitleg meebrengt dat de bepaling enkel ziet op handelingen met de auto en de autosleutels. Het wel of niet afsluiten van de woning of een raam van de woning, valt volgens [eiseres sub 1] buiten deze afwijzingsgrond. De kantonrechter volgt [eiseres sub 1] hierin niet. Het feit dat de uitsluitingsgrond spreekt van “als de auto onbeheerd is achtergelaten en niet is afgesloten of met de autosleutels erin of erop” en “als de autosleutels zijn achtergelaten in de brievenbus van een garage- of schadeherstelbedrijf”, brengt niet mee dat een andere situatie niet onder de uitsluiting van dekking valt. Het artikel noemt deze omstandigheden (letterlijk) als voorbeelden, niet als limitatieve opsomming.
3.5
De kantonrechter volgt [eiseres sub 1] verder ook niet in haar betoog dat de bepaling onduidelijk is en daarom in haar voordeel zou moeten worden uitgelegd (toepassing van de contra proferentem-regel). In de polisvoorwaarden staat duidelijk dat de verzekerde er “alles” aan moet doen om diefstal te voorkomen en er worden voorbeelden genoemd wanneer in ieder geval geen recht op uitkering bestaat. De kantonrechter is het wel met [eiseres sub 1] eens dat nooit “alles” kan worden gedaan om diefstal te voorkomen, maar de kantonrechter begrijpt dat wordt bedoeld: alles wat van een normale, oplettende verzekeringnemer verwacht kan worden. De voorbeelden die worden genoemd zijn bovendien situaties waarbij het, net als in deze zaak, over autosleutels gaat. Juist deze voorbeelden zouden de verzekeringnemer er (extra) alert op moeten maken dat het zorgvuldig omgaan met de autosleutels een voorwaarde voor dekking is. Omdat van een onduidelijke bepaling geen sprake is, wordt ook niet toegekomen aan toepassing van de contra proferentem-regel.
[eiseres sub 1] heeft er niet alles aan gedaan om diefstal te voorkomen
3.6
De kantonrechter is met ASR van oordeel dat [eiseres sub 1] er niet alles, wat van haar verwacht mocht worden, aan heeft gedaan om diefstal van de auto te voorkomen, omdat zij haar keukenraam ’s nachts/vroeg in de ochtend open heeft laten staan. Hierdoor heeft een insluiper vroeg in de ochtend de woning kunnen betreden, de autosleutel kunnen pakken en met de auto weg kunnen rijden. [eiseres sub 1] heeft benadrukt dat het raam op de tochtstand stond en vergrendeld was met een hendel waardoor het onmogelijk was om zomaar door het raam naar binnen te klimmen. Hoe (ver) het raam precies open heeft gestaan doet niet ter zake. Aangezien er geen braaksporen zijn aangetroffen, stond het raam kennelijk genoeg open voor een insluiper om zich, op wat voor manier dan ook, zonder braak, toegang te kunnen verschaffen tot de woning, de sleutel te pakken en de auto mee te nemen.
3.7
Volgens [eiseres sub 1] is in deze zaak sprake van een risico dat juist wel onder de dekking zou moeten vallen. Volgens [eiseres sub 1] heeft zij er alles aan gedaan om diefstal te voorkomen en kan niet verwacht worden dat alle ramen in een woning altijd volledig gesloten worden. De kantonrechter volgt [eiseres sub 1] hierin niet. Het sluiten van ramen en deuren behoort tot de normale zorgvuldigheid om diefstal te voorkomen. Deze maatregel is ook niet zo ingrijpend dat deze redelijkerwijs niet van [eiseres sub 1] verlangd kon worden: het sluiten van een raam is een korte en eenvoudige handeling die ook verwacht mag worden op warme zomerdagen en/of wanneer het licht is buiten. De argumenten van [eiseres sub 1] dat zij er alles aan heeft gedaan om diefstal te voorkomen omdat de auto zelf was afgesloten, de woning verder was afgesloten, het camerasysteem in werking was, de buitenverlichting was ingeschakeld, het gezin thuis was, het keukenraam zich zes meter van de straat bevindt en de autosleutel in een ondoorzichtig bakje op het aanrecht lag, maken het oordeel niet anders. Deze omstandigheden nemen niet weg dat [eiseres sub 1] , door het keukenraam niet te sluiten, er niet alles aan heeft gedaan om diefstal te voorkomen, terwijl sluiten van het keukenraam wel van haar verwacht mocht worden, te meer de autosleutels kennelijk voor het grijpen lagen.
De wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten worden ook afgewezen
3.8
Omdat de vordering van [eiseres sub 1] wordt afgewezen, worden ook de wettelijke rente en de buitengerechtelijke incassokosten afgewezen.
[eiseres sub 1] en [eiser sub 2] moeten de kosten van de rechtszaak (proceskosten) betalen
3.9
[eiseres sub 1] en [eiser sub 2] zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van ASR worden begroot op:
- salaris gemachtigde
1.154,00
(2 punten × € 577,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.298,00
3.1
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
Hoofdelijkheid
3.11
De proceskostenveroordeling wordt hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.

4.De beslissing

De kantonrechter:
4.1
verklaart [eiser sub 2] niet-ontvankelijk,
4.2
wijst de vordering van [eiseres sub 1] af,
4.3
veroordeelt [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] hoofdelijk in de proceskosten van € 1.298,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
4.4
veroordeelt [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] hoofdelijk tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald.
Dit vonnis is gewezen door mr. Y.M. Vanwersch en in het openbaar uitgesproken op 15 april 2026.

Voetnoten

1.Productie 1B bij de dagvaarding.
2.Productie 2 bij de dagvaarding.