Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:1911

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
15 april 2026
Publicatiedatum
26 april 2026
Zaaknummer
11956135 \ UC EXPL 25-8649
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 114 RvArt. 6:231 BWArt. 558 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Stedin mag gasaansluiting afsluiten wegens ontbreken energiecontract

Stedin Netbeheer B.V. vordert toestemming om de gasaansluiting van de woning van gedaagde af te sluiten omdat gedaagde geen contract heeft met een energieleverancier voor gaslevering. Gedaagde stelt een contract te hebben met Eneco en geen gas meer te gebruiken sinds 2010, maar kan dit niet aantonen met recente bewijsstukken. De kantonrechter oordeelt dat Stedin wettelijk verplicht is de gasaansluiting af te sluiten bij het ontbreken van een contract.

Daarnaast krijgt Stedin toestemming om de woning tijdelijk en gedeeltelijk te ontruimen om de afsluitwerkzaamheden uit te voeren. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de afsluitkosten, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. De kantonrechter wijst het verweer van gedaagde af dat de dagvaarding niet rechtsgeldig was en stelt dat de algemene voorwaarden van Stedin niet van toepassing zijn zonder overeenkomst.

Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en gedaagde moet de kosten binnen veertien dagen voldoen, met aanvullende kosten bij niet-tijdige betaling. De uitspraak bevestigt de wettelijke verplichting van netbeheerders om energielevering te beëindigen bij het ontbreken van een contract en benadrukt de plicht van de gebruiker om een contract te hebben.

Uitkomst: Stedin krijgt toestemming om de gasaansluiting af te sluiten en gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van kosten en incassokosten.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 11956135 \ UC EXPL 25-8649
Vonnis van 15 april 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
STEDIN NETBEHEER B.V.,
gevestigd in Rotterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: Stedin,
gemachtigde: Bosveld Gerechtsdeurwaarders B.V.,
tegen
[gedaagde],
wonend in [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties
- de mondelinge conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek
- de mondelinge conclusie van dupliek met producties.
1.2
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De kern van de zaak

2.1
[gedaagde] heeft niet aangetoond dat hij een contract heeft met een energieleverancier voor de levering van gas en dat is verplicht zolang er een gasaansluiting is. Stedin krijgt daarom toestemming om in de woning van [gedaagde] de gasaansluiting af te sluiten en [gedaagde] moet de kosten daarvan betalen.

3.De vordering van Stedin

3.1
Stedin vordert - samengevat – dat zij wordt gemachtigd om de gasaansluiting af te sluiten; dat zij daarvoor de woning gedeeltelijk mag ontruimen en dat [gedaagde] de kosten van afsluiting en bijkomende kosten moet betalen.
3.2
[gedaagde] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

De dagvaarding is niet nietig
4.1
[gedaagde] stelt dat de termijn tussen de betekende dagvaarding van
3 november 2025 en de civiele rolzitting van 12 november wettelijk niet in orde is. De kantonrechter passeert dit verweer op grond van artikel 114 Rv Pro waarin is bepaald dat de termijn van dagvaarding ten minste een week is. Dat is hier het geval.
De algemene voorwaarden zijn niet van toepassing
4.2
De kantonrechter constateert dat Stedin verwijst naar bedingen in haar algemene voorwaarden. Dat begrijpt de kantonrechter niet, omdat Stedin ook stelt dat geen sprake (meer) is van een overeenkomst. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, kan niet als vaststaand worden aangenomen dat de door Stedin gehanteerde algemene voorwaarden, ondanks het ontbreken van een overeenkomst, wel van toepassing zouden zijn. Algemene voorwaarden moeten immers worden bedongen: zij zijn pas van toepassing als de gelding daarvan is aanvaard (zie artikel 6:231 onder Pro c BW), wat in de regel gebeurt bij overeenkomst.
Stedin mag de gasaansluiting in de woning afsluiten
4.3
[gedaagde] woont in de woning aan de [adres] in [plaats] . Die woning heeft een elektriciteitsaansluiting en een gasaansluiting. Volgens [gedaagde] heeft hij een contract met Eneco, zowel voor elektriciteit als voor gas, maar hoeft hij de meterstanden van het gas niet meer door te geven omdat hij al sinds 2010 geen gas meer gebruikt. De kantonrechter volgt [gedaagde] hierin niet. Volgens Stedin is er sinds 14 oktober 2022 geen contract met een energieleverancier voor de levering van gas voor de woning van [gedaagde] . De meest recente jaarnota van Eneco die [gedaagde] heeft overgelegd is die over de periode 17 oktober 2012 tot 3 oktober 2013. In die periode heeft [gedaagde] volgens die jaarnota 1.307 m3 gas verbruikt. Daarmee toont [gedaagde] dus niet aan dat hij sinds 2010 helemaal geen gas meer gebruikt en ook niet dat hij nu nog steeds een energiecontract heeft voor de levering van gas. Als er voor een woning geen contract met een energieleverancier is afgesloten, is Stedin wettelijk verplicht om de woning van energie af te sluiten omdat zij als netbeheerder zelf geen energie mag leveren. Stedin heeft meerdere brieven gestuurd aan [gedaagde] waarin is uitgelegd dat er een energiecontract moet worden afgesloten en dat anders de gasaansluiting van de woning zal worden afgesloten. Desondanks is er nog steeds geen contract afgesloten, zodat Stedin toestemming krijgt om de meterstanden op te nemen en de energielevering voor het gas te onderbreken.
Stedin mag de woning daarvoor ontruimen
4.4
Stedin heeft onderbouwd dat een tijdelijke en gedeeltelijke ontruiming van de woning op grond van artikel 558 aanhef Pro en onder b van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) noodzakelijk is om de afsluitwerkzaamheden uit te voeren. Stedin krijgt daarom toestemming om door middel van deze ontruiming haar werkzaamheden te verrichten. [gedaagde] is gehouden die werkzaamheden te gedogen.
[gedaagde] moet de kosten van de afsluiting en de buitengerechtelijke incassokosten betalen
4.5
De vorderingen voor de buitengerechtelijke incassokosten en de afsluitkosten zullen worden toegewezen, vermeerderd met de daarover gevorderde rente, en wel op de manier zoals hieronder (onder de beslissing) is vermeld.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
4.6
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Stedin worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
120,78
- griffierecht
135,00
- salaris gemachtigde
174,00
(2 punten × € 87,00)
- nakosten
43,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
473,28

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1
machtigt Stedin om werkzaamheden te verrichten aan het adres [adres] in [plaats] bestaande uit het opnemen van de meterstanden en het onderbreken van de energielevering door Stedin, al dan niet door middel van terugname door Stedin van de door haar ter beschikking gestelde energiemeters/meetinrichting zoals vermeld in het petitum van de dagvaarding;
5.2
veroordeelt [gedaagde] te gedogen dat Stedin door middel van tijdelijke of gedeeltelijke ontruiming in de zin van artikel 558 aanhef Pro en onder b Rv van het pand aan dit adres werkzaamheden verricht bestaande het opnemen van de meterstanden en het onderbreken van de energielevering door Stedin al dan niet door terugname door Stedin van de door haar ter beschikking gestelde energiemeters/meetinrichting zoals vermeld in het petitum van de dagvaarding;
5.3
veroordeelt [gedaagde] om aan Stedintegen bewijs van kwijting te betalen € 167,24 indien Stedin is overgegaan tot afsluiting van de gasaansluiting;
5.4
veroordeelt [gedaagde] om aan Stedin tegen bewijs van kwijting te betalen
€ 120,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover met ingang van 3 november 2025;
5.5
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten van € 473,28, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, moet [gedaagde] ook de kosten van betekening betalen,
5.6
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.L. Rijnbout en in het openbaar uitgesproken op 15 april 2026.