Uitspraak
1.Het vervolg van de procedure
- de akte van [eiser] ,
- de akte van [gedaagde] .
2.De verdere beoordeling
€ 558,07. Het is daarbij niet relevant dat de aanslag op naam van een derde staat. De kosten betreffen het gehuurde, dat is hier bepalend. Een betalingsbewijs ontbreekt, maar dat is niet noodzakelijk, omdat de aanslag met zich meebrengt dat deze kosten in ieder geval verschuldigd zijn. [eiser] merkt op dat op de aanslag staat ‘zuiveringsheffing bedrijven’. Dit is merkwaardig maar er worden drie vervuilingseenheden in rekening worden gebracht, wat gebruikelijk is bij een meerpersoonshuishouden, zoals dat van [eiser] moet worden aangemerkt.
€ 602,50valt daarom onder de servicekosten.
€ 447,68.
640,53.
€ 602,50onder de servicekosten valt.
€ 127,25moet worden aangemerkt als servicekosten.
€ 124,00worden aangemerkt als servicekosten.
€ 926,80wordt toegewezen. [gedaagde] had dat bedrag binnen 14 dagen na het einde van huurovereenkomst moeten terugbetalen. [1] Hij heeft dat niet gedaan en moet daarom de wettelijke rente over dat bedrag betalen met ingang van 14 april 2025.
€ 1.234,47(€ 144,47 aan explootkosten, € 226,00 aan griffierecht, € 720,00 aan salaris gemachtigde [2,5 x € 288,00] en € 144,00 aan nakosten, plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing).