Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- het verzoekschrift van de man (met bijlagen), binnengekomen op 4 februari 2025;
- het aanvullend verzoekschrift van de man (met bijlage), binnengekomen op 22 april 2025;
- het advies van de bijzondere curator, binnengekomen op 8 juli 2025;
- de reactie van de man op het advies van de bijzondere curator van 18 juli 2025;
- het bericht van de man (met bijlagen) van 15 januari 2026;
- het bericht van de vrouw (met bijlagen) van 16 januari 2026;
- de berichten van de vrouw (met bijlagen) van 11 februari 2026;
- de brief van de man (met bijlagen) van 13 februari 2026;
- het aanvullende verzoek van de man, binnengekomen op 15 februari 2026.
16 februari 2026. Daarbij waren aanwezig: de advocaat van de vrouw, de man met zijn advocaat, de bijzondere curator en [A] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad). De vrouw had van tevoren medegedeeld dat zij vanwege een verblijf in het buitenland niet bij de zitting aanwezig zou zijn.
- het bericht van de vrouw van 23 februari 2026;
- het bericht van de man van 26 februari 2026.
2.Waar de procedure over gaat
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2021 in [geboorteplaats] .
- de toestemming van de vrouw tot erkenning van [minderjarige] te vervangen;
- een omgangsregeling vast te stellen conform punt 5 van zijn verzoekschrift, althans een regeling die de rechtbank juist en redelijk acht;
- te bepalen dat partijen samen het ouderlijk gezag hebben over [minderjarige] ;
- een informatieregeling vast te stellen waarbij de vrouw een keer per maand een
3.De beoordeling
4.De beslissing
- de gezondheid van [minderjarige] ,
- hoe het met haar gaat op school,
- haar hobby’s;
de duur van zes maanden, in afwachting van de uitkomst van het zedenonderzoek door de politie, met het verzoek aan de advocaten voor die tijd te laten weten:
- of meer uitstel nodig is en zo ja, voor hoe lang;
- of een nieuwe zitting nodig is;
- of de rechtbank een beslissing kan nemen zonder nieuwe zitting.