Eiser heeft op 16 januari 2025 een Woo-verzoek ingediend bij verweerder, de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, met betrekking tot goedgekeurde aanvragen voor wijziging van een dierentuinvergunning. Verweerder heeft niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van vier weken beslist, ondanks meerdere verlengingen en een ingebrekestelling door eiser op 18 september 2025.
De rechtbank heeft op 18 maart 2026 het beroep behandeld en vastgesteld dat verweerder de beslistermijn heeft overschreden. Hoewel verweerder een langere termijn wenst vanwege de omvang van de verzoeken en de complexiteit van het dossier met 30.000 documenten, acht de rechtbank een termijn van acht weken na uitspraak redelijk en realistisch.
De rechtbank legt een dwangsom van €100 per dag op voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt, met een maximum van €15.000. Tevens moet verweerder het door eiser betaalde griffierecht vergoeden. De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt verweerder op binnen de gestelde termijn alsnog een besluit te nemen.