ECLI:NL:RBMNE:2026:1813
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op bezwaar compensatie kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar van 19 december 2024 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. Verweerder, de Dienst Toeslagen, heeft de beslistermijn overschreden. De rechtbank stelt vast dat verweerder op 6 mei 2025 in gebreke is gesteld en dat het beroep tijdig is ingediend op 15 januari 2026.
De rechtbank volgt de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en bepaalt dat een nadere beslistermijn van zestig weken na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn realistisch is. Voor deze zaak betekent dit dat verweerder uiterlijk op 23 juni 2026 een besluit op bezwaar moet nemen.
De rechtbank legt een dwangsom van € 100,- per dag op voor elke dag dat verweerder de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres (€ 467,-) en het betaalde griffierecht (€ 54,-). Verweerder wordt opgedragen alsnog binnen de gestelde termijn een besluit te nemen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen uiterlijk 23 juni 2026 een besluit te nemen, met oplegging van een dwangsom bij overschrijding.