Eiseres heeft op 6 januari 2025 een aanvraag ingediend bij de Commissie Werkelijke Schade voor aanvullende compensatie. Verweerder, de Dienst Toeslagen, heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn van 52 weken een besluit genomen, waardoor eiseres op 11 februari 2026 beroep instelde tegen het niet tijdig beslissen.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en verklaart het beroep gegrond. Verweerder wordt opgedragen uiterlijk 2 maart 2027 een besluit te nemen. Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €50 per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €15.000. Omdat reeds 42 dagen zijn verstreken sinds ingebrekestelling, stelt de rechtbank de dwangsom vast op €1.442.
Verder veroordeelt de rechtbank verweerder tot vergoeding van de proceskosten van eiseres (€467) en het betaalde griffierecht (€54). Partijen hebben geen gebruik gemaakt van het recht op mondelinge behandeling. De uitspraak is gedaan door rechter P.J. Blok op 22 april 2026.