ECLI:NL:RBMNE:2026:1776
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op bezwaar kinderopvangtoeslag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn bezwaar van 22 oktober 2024 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. Verweerder heeft de beslistermijn overschreden, wat niet in geschil is. Eiser stelde verweerder op 14 juli 2025 in gebreke en diende op 3 februari 2026 het beroep in.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is en dat verweerder alsnog binnen een realistische termijn een besluit moet nemen. Gelet op de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak geldt een nadere beslistermijn van zestig weken na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn, in dit geval tot uiterlijk 23 april 2026.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van € 100,- per dag op voor elke dag dat verweerder de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser (€ 467,-) en het betaalde griffierecht (€ 54,-).
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen uiterlijk 23 april 2026 een besluit op bezwaar te nemen onder dreiging van een dwangsom.