ECLI:NL:RBMNE:2026:1773
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op bezwaar compensatie kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar bezwaar tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat eiseres tijdig een ingebrekestelling heeft gestuurd, waarna het beroep is ingediend.
De rechtbank volgt de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en bepaalt een nadere beslistermijn van 60 weken na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn. Voor deze zaak betekent dit dat de Dienst Toeslagen uiterlijk 31 maart 2027 een besluit moet nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, en stelt de reeds opgelopen dwangsom vast op €1.442. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres en het betaalde griffierecht. De rechtbank vernietigt het niet tijdig nemen van een besluit en draagt verweerder op alsnog binnen de gestelde termijn te beslissen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen 31 maart 2027 een besluit te nemen met oplegging van een dwangsom en vergoeding van proceskosten.