ECLI:NL:RBMNE:2026:1771
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank beveelt tijdige beslissing op bezwaar compensatie kinderopvangtoeslag en legt dwangsom op
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar bezwaar van 25 juli 2025 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. Verweerder, de Dienst Toeslagen, heeft de beslistermijn overschreden. De rechtbank stelt vast dat verweerder op 9 januari 2026 in gebreke is gesteld en dat het beroep van eiseres op 22 januari 2026 is ingediend, binnen de wettelijke termijnen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is en dat verweerder alsnog binnen een realistische termijn een besluit moet nemen. Gelet op een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is een termijn van zestig weken na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn realistisch, wat in deze zaak neerkomt op uiterlijk 25 februari 2027.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt. Omdat reeds 42 dagen zijn verstreken, stelt de rechtbank de dwangsom vast op €1.442. Verweerder wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €467 en het betaalde griffierecht van €54 aan eiseres.
De rechtbank wijst erop dat zij geen bevoegdheid heeft om verweerder te verplichten het dossier aan eiseres te verstrekken, omdat dit een feitelijke handeling betreft en geen besluit in de zin van de Awb. De uitspraak is gedaan door rechter M. Eversteijn en uitgesproken op 19 maart 2026.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, legt een dwangsom op en draagt verweerder op binnen 25 februari 2027 een besluit op bezwaar te nemen.