ECLI:NL:RBMNE:2026:177

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
19 januari 2026
Publicatiedatum
27 januari 2026
Zaaknummer
UTR 26/501
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Schorsing last onder bestuursdwang wegens strijd met bestemmingsplan en onvoldoende onderbouwing handhaving

Verzoekster, Kerkgenootschap Hare Krishna, heeft bezwaar gemaakt tegen een last onder bestuursdwang opgelegd door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Woudenberg. Deze last verplicht verzoekster het gebruik van een woning en bijbehorend bouwwerk te staken, omdat dit in strijd zou zijn met het bestemmingsplan en de verleende tijdelijke omgevingsvergunning.

Het college heeft het handhavingstraject versneld vanwege een tussentijds advies van de GGD, waarin ernstige bevindingen zijn genoemd die aanleiding geven om de zorg voor de bewoners elders onder te brengen. De voorzieningenrechter constateert echter dat het college geen schriftelijk voornemen tot handhaving heeft gegeven en dat het advies van de GGD onvoldoende is onderbouwd om de spoedeisendheid te rechtvaardigen.

Daarom wordt het bestreden besluit geschorst tot de beslissing op bezwaar. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan verzoekster. De uitspraak is mondeling gedaan op 19 januari 2026 en bindt niet in een bodemprocedure.

Uitkomst: De voorzieningenrechter schorst de last onder bestuursdwang en veroordeelt het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 26/501

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van

19 januari 2026 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

Kerkgenootschap Hare Krishna, h.o.d.n. [handelsnaam] , uit Amsterdam, verzoekster

(gemachtigde: mr. M.I. L'Ghdas),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Woudenberg(het college), verweerder
(gemachtigde: R. Tiller-Burleson).

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster tegen het besluit dat het college haar op 17 januari 2026 om 00.53 uur per mail bekend heeft gemaakt.
1.1
Met het bestreden besluit van 17 januari 2026 heeft het college een last onder bestuursdwang opgelegd. De last houdt in dat verzoekster het gebruik van een deel van de woning aan de [adres] in [plaats] (het perceel) en ook het bijbehorende bouwwerk ernaast dat verzoekster als huurder gebruikt voor de opvang, begeleiding en zorg van ter plaatse verblijvende kwetsbare vrouwen met een verslavingsachtergrond volledig staakt en gestaakt houdt. Verzoekster kan aan deze last voldoen door ervoor te zorgen dat alle personen die tijdelijk woonachtig zijn op het perceel om begeleiding of zorg te ontvangen van verzoekster, maar ook alle personen die voor of namens verzoekster aanwezig zijn om die zorg of begeleiding aan te bieden, het perceel verlaten. Verzoekster dient de overtreding uiterlijk maandag 19 januari om 12.00 uur te beëindigen en beëindigd te houden. Als verzoekster niet tijdig of niet volledig aan de last voldoet, gaat het college over tot bestuursdwang. Dat houdt in dat het college zal overgaan tot het ontruimen van het pand, door het uitzetten van eventuele aanwezige personen. De kosten daarvan zal het college verhalen op verzoekster.
1.2
Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht om het besluit te schorsen.
1.3
Het college heeft op 17 januari 2026 telefonisch de griffier meegedeeld dat de begunstigingstermijn wordt opgeschort tot 17.00 uur.
1.4
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 19 januari 2026 om 12.30 uur met behulp van een beeldverbinding op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van verzoekster, [A] , bestuurder van verzoekster, de gemachtigde van het college en mr. D.J. Rijken.
1.5
Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
Wat ging er aan vooraf
3. Het college heeft met een brief van 8 december 2025 verzoekster geïnformeerd dat tijdens controles op het perceel de toezichthouders bepaalde overtredingen hebben geconstateerd. Tijdens de controles is geconstateerd dat de woning en het bijgebouw ernaast worden gebruikt in strijd met het bestemmingsplan. Volgens het bestemmingsplan is de bedrijfswoning slechts toegestaan voor één huishouden ten behoeve van het erbij behorende bedrijf. Bovendien wordt het gebouw gebruikt in afwijking van de voorwaarden uit de verleende tijdelijke omgevingsvergunning voor een bed and breakfast. Verder staat in de brief dat wat deze constatering voor verzoekster tot gevolg heeft, het college in een toekomstig separaat schrijven nader zal toelichten.
4. Het college heeft op 16 januari 2026 telefonisch verzoekster meegedeeld dat hij voornemens is handhavend op te treden en heeft verzoekster in de gelegenheid gesteld om telefonisch haar zienswijze te geven. Vervolgens is in de nacht erop het bestreden besluit gemaild naar verzoekster. Ook de eigenaar van het perceel heeft een soortgelijk besluit ontvangen dat handhavend wordt opgetreden.
Spoedeisende last onder bestuursdwang
5. Het college heeft op de zitting benadrukt dat het hier gaat om strijd met het bestemmingsplan en dat het college niet bereid zal zijn om in te stemmen met het ingediende verzoek om een tijdelijke afwijking. De handhaving ziet dus op het ruimtelijke spoor. Het handhandhavingstraject is versneld vanwege een tussentijds handhavingsadvies van de GGD op 16 januari 2026. Daarin staat dat in verband met ernstige bevindingen die de toezichthouder op het perceel heeft geconstateerd het advies van de GGD is om de zorg/ondersteuning van de bewoners op het perceel over te plaatsen naar een andere zorgaanbieder. Het definitieve rapport is nog niet beschikbaar.
6. De voorzieningenrechter stelt, mede op grond van de toelichting van het college op de zitting, vast dat het hier gaat om handhavend optreden tegen de ruimtelijke overtredingen.
De voorzieningenrechter constateert dat het college voor dat handhavingstraject wel wat bochten heeft afgesneden. Zo is er geen schriftelijk voornemen uitgegaan waarin een redelijke termijn is gegeven voor het geven van een schriftelijke zienswijze. Dat dit is overgeslagen en het handhavingstraject op het ruimtelijke spoor een enorm hoge prioriteit heeft gekregen zou gelegen zijn in het tussentijds advies van de GGD. Op dit moment ontbreekt echter een nadere onderbouwing van dit advies, zodat voor de voorzieningenrechter niet duidelijk is wat er nu precies aan de hand is. Het summiere advies verklaart naar het oordeel van de voorzieningenrechter in elk geval niet, waarom op stel en sprong moet worden gehandhaafd op met het bestemmingsplan strijdig gebruik. Om die reden schorst de voorzieningenrechter het bestreden besluit.
Indien het college beschikt over meer informatie en onderbouwing dan kan het college een verzoek om opheffing van de schorsing verzoeken.

Conclusie en gevolgen

7. Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst moet het college het griffierecht aan verzoekster vergoeden. Daarom krijgt verzoekster ook een vergoeding van haar proceskosten. Het college moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt verzoekster een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft het verzoekschrift ingediend en aan de zitting deelgenomen. Elke proceshandeling heeft een waarde van € 934,-. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 1.868,-.

Beslissing

De voorzieningenrechter
  • wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe;
  • schorst het bestreden besluit tot de bekendmaking van de beslissing op bezwaar;
  • veroordeelt het college in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 1.868,-;
  • draagt het college op het griffierecht van € 397,- aan verzoekster te vergoeden.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 19 januari 2026 door mr. R.C. Stijnen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.S.D. de Weerd, griffier.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.