ECLI:NL:RBMNE:2026:1768
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op bezwaar compensatie kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag en stelde dat verweerder niet tijdig op haar bezwaar heeft beslist. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat verweerder in gebreke is gesteld. Eiseres heeft vervolgens tijdig beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank sluit zich aan bij de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die een nadere beslistermijn van zestig weken na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn realistisch acht. In deze zaak betekent dit dat verweerder uiterlijk op 12 november 2026 een besluit op bezwaar moet nemen.
De rechtbank veroordeelt verweerder tot het betalen van een dwangsom van € 100,- per dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres en het betaalde griffierecht. De rechtbank vernietigt het niet tijdig nemen van een besluit en draagt verweerder op alsnog binnen de gestelde termijn te beslissen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op uiterlijk 12 november 2026 een besluit te nemen, met oplegging van een dwangsom en vergoeding van proceskosten.