Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:1745

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
24 maart 2026
Publicatiedatum
22 april 2026
Zaaknummer
C/16/598257 / FO RK 25-1027
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:227 BWArt. 1:228 BWArt. 1:230 lid 2 BWArt. 1:5 lid 3 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing adoptie duo-moeder van minderjarige geboren na kunstmatige inseminatie

De rechtbank Midden-Nederland behandelde het verzoek van een duo-moeder om haar partner te adopteren, de moeder van het kind geboren in 2025 na kunstmatige inseminatie. De moeder en verzoekster zijn gehuwd sinds 2017 en oefenen gezamenlijk het ouderlijk gezag uit over de minderjarige.

De rechtbank toetste het verzoek aan de wettelijke vereisten van de artikelen 1:227 en 1:228 BW en concludeerde dat aan deze voorwaarden is voldaan. De adoptie is in het belang van het kind, dat door beide vrouwen wordt verzorgd en opgevoed. De donor heeft geen ouderlijke rol en stemde in met de adoptie, evenals de moeder.

De adoptie werkt terug tot de geboorte van het kind, omdat het verzoek vóór de geboorte is ingediend. Tevens is de geslachtsnaam van het kind vastgesteld conform de keuze van de duo-moeders. De beschikking is op 24 maart 2026 uitgesproken en kan binnen drie maanden worden aangevochten door hoger beroep.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot adoptie van de minderjarige door de duo-moeder toe met terugwerkende kracht tot de geboorte.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht
locatie Utrecht
zaaknummer: C/16/598257 / FO RK 25-1027
Adoptie duo-moeder
Beschikking van 24 maart 2026
in de zaak van:
[verzoekster],
wonende in [woonplaats] , gemeente [gemeente] ,
hierna te noemen: [verzoekster] ,
advocaat mr. K.S.M. Smienk,
met als belanghebbende
[de moeder],
wonende in [woonplaats] , gemeente [gemeente] ,
hierna te noemen: de moeder.

1.De procedure

De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen:
  • het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen op 13 augustus 2025;
  • het bericht van [verzoekster] van 16 augustus 2025 met bijlagen;
  • het bericht van [verzoekster] van 21 augustus 2025 met bijlage;
  • het bericht van [verzoekster] van 15 januari 2026 met bijlage;
  • het bericht van de Raad voor de Kinderbescherming van 29 januari 2026;
  • het bericht van de Raad voor de Kinderbescherming van 4 februari 2026.

2.Waar de procedure over gaat

2.1
[verzoekster] is met de moeder gehuwd op [trouwdatum] 2017 in [plaats] .
2.2
Tijdens dit huwelijk is de moeder bevallen van een zoon:
-
[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2025 in [geboorteplaats 1] .
2.3
De zwangerschap van de moeder is tot stand gekomen door middel van kunstmatige inseminatie. De donor is:
[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 1993 in [geboorteplaats 2] , Zwitserland.
2.4
[verzoekster] en de moeder hebben samen het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] .
2.5
[verzoekster] wil [minderjarige 1] adopteren. De moeder staat achter dit verzoek.
3 De beoordeling
Adoptie
3.1
De rechtbank zal het verzoek toewijzen en de adoptie van [minderjarige 1] door [verzoekster] uitspreken. Hierna legt de rechtbank uit waarom zij deze beslissing neemt.
3.2
Het verzoek tot adoptie moet worden getoetst aan de voorwaarden die zijn opgenomen in de artikelen 1:227 en 1:228 van het Burgerlijk Wetboek (BW). De rechtbank is van oordeel dat hieraan is voldaan.
3.3
Volgens de rechtbank is de adoptie in het belang van [minderjarige 1] , want hij wordt door [verzoekster] en de moeder samen verzorgd en opgevoed. Vaststaat dat de donor geen ouderrol zal vervullen voor [minderjarige 1] . Ook heeft [verzoekster] de vereiste verklaringen overgelegd, te weten:
  • de verklaring van de donor van 13 augustus 2025, waaruit blijkt dat hij instemt met de adoptie;
  • de verklaring van de moeder van 21 juni 2025, waaruit blijkt dat zij instemt met de adoptie.
Ingangsdatum
3.4
De adoptie werkt terug tot het tijdstip van de geboorte van [minderjarige 1] , omdat de adoptie voor zijn geboorte is verzocht. [1]
Geslachtsnaam
3.5
[verzoekster] en de moeder hebben voor [minderjarige 1] de geslachtsnaam
[geslachtsnaam]gekozen. De rechtbank zal deze naamskeuze in de beslissing opnemen. [2]

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1
spreekt uit de adoptie van de minderjarige van het mannelijke geslacht:
[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2025 in [geboorteplaats 1] ,
door:
[verzoekster], geboren op [geboortedatum 3] 1989 in [geboorteplaats 3] ;
4.2
bepaalt dat de adoptie terugwerkt tot het tijdstip van de geboorte van [minderjarige 1] ;
4.3
stelt vast dat [verzoekster] en de moeder hebben verklaard dat [minderjarige 1] de geslachtsnaam
[geslachtsnaam]zal dragen na de adoptie, zodat hij zal blijven heten:
[minderjarige 1];
4.4
draagt de griffier op om niet eerder dan drie maanden na de dag van de uitspraak van deze beschikking – en als daartegen geen hoger beroep is ingesteld – een afschrift van deze beschikking te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Utrecht .
Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. A.G. van Doorn, (kinder)rechter, in samenwerking met mr. H.E. Broersma, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 maart 2026.
Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.

Voetnoten

1.Artikel 1:230 lid 2 BW Pro.
2.Artikel 1:5 lid 3 BW Pro.