Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:1738

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
24 maart 2026
Publicatiedatum
22 april 2026
Zaaknummer
C/16/600691 / FO RK 25-1257
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:227 BWArt. 1:228 BWArt. 1:230 lid 2 BWArt. 1:5 lid 8 BWArt. 270 lid 1 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing adoptieverzoek duo-moeder voor tweede kind

Verzoekster en de moeder zijn gehuwd en hebben samen het ouderlijk gezag over twee kinderen. Verzoekster heeft het eerste kind geadopteerd en verzoekt nu om adoptie van het tweede kind, geboren na kunstmatige inseminatie met donor.

De rechtbank beoordeelt het verzoek aan de hand van de wettelijke voorwaarden uit het Burgerlijk Wetboek en stelt vast dat het belang van het kind wordt gediend door de adoptie. De donor vervult geen ouderrol en heeft schriftelijk ingestemd met de adoptie, evenals de moeder. De Raad voor de Kinderbescherming adviseert positief.

De adoptie wordt uitgesproken met terugwerkende kracht tot de geboorte van het kind. Het kind zal de geslachtsnaam dragen die ook het eerste kind heeft. De beschikking is openbaar uitgesproken en er is mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden.

Uitkomst: De rechtbank wijst het adoptieverzoek van de duo-moeder toe met terugwerkende kracht tot de geboorte van het kind.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht
locatie Utrecht
zaaknummer: C/16/600691 / FO RK 25-1257
Adoptie duo-moeder
Beschikking van 24 maart 2026
in de zaak van:
[verzoekster],
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen: verzoekster,
advocaat mr. K.S.M. Smienk,
met als belanghebbende
[de moeder],
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen: de moeder.

1.De procedure

De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen:
  • het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen op 5 oktober 2025;
  • het bericht van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) van 15 oktober 2025;
  • het bericht van verzoekster van 9 februari 2026 met bijlage;
  • het rapport van de Raad van 17 februari 2026.

2.Waar de procedure over gaat

2.1
Verzoekster is met de moeder gehuwd op [trouwdatum] 2021 in [plaats] .
2.2
Tijdens dit huwelijk is de moeder bevallen van een zoon:
[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2021 in [geboorteplaats 1] . [minderjarige 1] is geadopteerd door verzoekster.
2.3
Vervolgens is de moeder bevallen van nog een zoon:
[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2026 in [geboorteplaats 1] .
2.4
De zwangerschap van de moeder is tot stand gekomen door middel van kunstmatige inseminatie. De donor van [minderjarige 2] is:
[A], geboren op [geboortedatum 3] 1988 in [geboorteplaats 2] .
2.5
Verzoekster en de moeder hebben samen het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .
2.6
Verzoekster wil [minderjarige 2] adopteren. De moeder staat achter dit verzoek.

3.De beoordeling

Relatieve bevoegdheid
3.1
Verzoekster en de moeder wonen in [woonplaats] . Gelet daarop is in beginsel de rechtbank Gelderland bevoegd om kennis te nemen van het verzoekschrift. Verzoekster en de moeder hebben echter schriftelijk verklaard dat zij er geen bezwaar tegen hebben dat het verzoekschrift wordt behandeld door de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht. Om die reden zal deze rechtbank de zaak alsnog beoordelen en niet verwijzen naar de rechtbank Gelderland. [1]
Adoptie
3.2
De rechtbank zal het verzoek toewijzen en de adoptie van [minderjarige 2] door verzoekster uitspreken. Hierna legt de rechtbank uit waarom zij deze beslissing neemt.
3.3
Het verzoek tot adoptie moet worden getoetst aan de voorwaarden die zijn opgenomen in de artikelen 1:227 en 1:228 van het Burgerlijk Wetboek (BW). De rechtbank is van oordeel dat hieraan is voldaan.
3.4
Volgens de rechtbank is de adoptie in het belang van [minderjarige 2] , want hij wordt door verzoekster en de moeder samen verzorgd en opgevoed. Vaststaat dat de donor geen ouderrol zal vervullen voor [minderjarige 2] . Ook heeft verzoekster de vereiste verklaringen overgelegd, te weten:
  • de verklaring van de donor van 18 juli 2025, waaruit blijkt dat hij instemt met de adoptie;
  • de verklaring van de moeder van 19 september 2025, waaruit blijkt dat zij instemt met de adoptie.
3.5
Daarnaast heeft de Raad geadviseerd om het verzoek tot adoptie toe te wijzen.
Ingangsdatum
3.6
De adoptie werkt terug tot het tijdstip van de geboorte van [minderjarige 2] , omdat de adoptie voor zijn geboorte is verzocht. [2]
Geslachtsnaam
3.7
[minderjarige 2] zal na de adoptie de geslachtsnaam
[geslachtsnaam]dragen, want het oudste kind van partijen heeft ook die naam. [3]

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1
spreekt uit de adoptie van de minderjarige van het mannelijke geslacht:
[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2026 in [geboorteplaats 1] ,
door:
[verzoekster], geboren op [geboortedatum 4] 1985 in [geboorteplaats 3] ;
4.2
bepaalt dat de adoptie terugwerkt tot het tijdstip van de geboorte van [minderjarige 2] ;
4.3
stelt vast dat [minderjarige 2] na de adoptie de geslachtsnaam
[geslachtsnaam]zal dragen, zodat hij zal blijven heten:
[minderjarige 2];
4.4
draagt de griffier op om niet eerder dan drie maanden na de dag van de uitspraak van deze beschikking – en als daartegen geen hoger beroep is ingesteld – een afschrift van deze beschikking te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Utrecht.
Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. A.C. van den Boogaard, (kinder)rechter, in samenwerking met mr. H.E. Broersma, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 maart 2026.
Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.

Voetnoten

1.Artikel 270 lid 1 Rv Pro
2.Artikel 1:230 lid 2 BW Pro
3.Artikel 1:5 lid 8 BW Pro