ECLI:NL:RBMNE:2026:168

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
27 januari 2026
Publicatiedatum
27 januari 2026
Zaaknummer
16/001785-25
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Jeugddetentie en taakstraf opgelegd voor ontploffing bij onderwijsinstelling

Op 27 januari 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die samen met anderen verantwoordelijk was voor een ontploffing bij een school op Nieuwjaarsnacht. De rechtbank legde de verdachte een onvoorwaardelijke jeugddetentie van 15 dagen op, evenals een taakstraf van 90 uren. De officier van justitie had een hogere straf geëist, maar de rechtbank hield rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, die nog niet eerder met justitie in aanraking was gekomen. De rechtbank weigerde het verzoek van de officier om een schadevergoedingsmaatregel op te leggen, omdat de gemeente Utrecht, als eigenaar van het schoolgebouw, geen verzoek tot schadevergoeding had ingediend. De rechtbank oordeelde dat de verdachte zich schuldig had gemaakt aan het opzettelijk veroorzaken van een ontploffing, wat gemeen gevaar voor goederen met zich meebracht. De verdachte had openheid van zaken gegeven en was in gesprek gegaan met de school, wat de rechtbank positief waardeerde. De rechtbank besloot dat de opgelegde straf passend was, gezien de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder het was gepleegd.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16/001785-25
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 27 januari 2026 in de strafzaak van:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 2007 in [geboorteplaats] ,
verblijvende op het adres [adres] , [postcode] in [plaats] ,
hierna: [verdachte] .

1.Zitting

De strafzaak van [verdachte] is inhoudelijk behandeld op de besloten zitting van 13 januari 2026.
Op de zitting waren aanwezig:
  • [verdachte] ;
  • de officier van justitie: mr. S.K. Lanning-Stein;
  • de advocaat van [verdachte] : mr. J. Visscher (hierna: de advocaat);
  • de ouders van [verdachte] ;
  • de heer [A] , namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).

2.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt [verdachte] ervan dat hij, samengevat:
primair
op 1 januari 2025 samen met anderen opzettelijk met cobra’s en flessen wasbenzine een ontploffing teweeg heeft gebracht bij het [onderwijsinstelling] in Vleuten , waarbij gemeen gevaar voor goederen te duchten was;
subsidiair
op 1 januari 2025 opzettelijk behulpzaam is geweest bij het tot ontploffing brengen van een vuurwerkbom bij het [onderwijsinstelling] in Vleuten , waarbij gemeen gevaar voor goederen te duchten was.
De volledige tekst van de beschuldiging staat in de bijlage bij dit vonnis.

3.Bewijs

3.1
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat bewezen kan worden dat [verdachte] het primaire feit heeft gepleegd.
3.2
Standpunt van de verdediging
De advocaat voert geen verweer over het bewijs.
3.3
Oordeel van de rechtbank
[verdachte] bekent dat hij het primaire feit heeft gepleegd, zoals hieronder bewezen is verklaard. Namens hem is ook niet om vrijspraak van dat feit gevraagd. In die situatie hoeft de rechtbank niet de inhoud van de bewijsmiddelen op te schrijven. De rechtbank noemt daarom alleen de bewijsmiddelen waarop zij haar oordeel baseert: [1]
  • de bekennende verklaring van [verdachte] op de zitting van 13 januari 2026;
  • de aangifte van [aangever] , namens het [onderwijsinstelling] , van 1 januari 2025.
3.4
Bewezenverklaring
De rechtbank verklaart bewezen dat [verdachte] :
primair:
op 1 januari 2025 te Vleuten , gemeente Utrecht tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door
- cobra's vast te maken aan flessen (gevuld met) benzine,
- ( vervolgens) dat explosief tegen de deur van het [onderwijsinstelling] te plakken,
- ( vervolgens) dat explosief met vuur in aanraking te brengen en/of aan te steken,
- ( waardoor) vlammen/vuur en een explosie zijn ontstaan,
terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen, te weten ramen, muren, deuren, kozijnen en een houten overkapping van het [onderwijsinstelling] , een doos met lichtarmaturen en schilderijen, te duchten was.
De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. [verdachte] wordt daarvan vrijgesproken.
De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt [verdachte] niet.

4.Kwalificatie en strafbaarheid

4.1
Kwalificatie
Het bewezenverklaarde feit levert het volgende strafbare feit op:
medeplegen van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is.
4.2
Strafbaarheid feit en [verdachte]
Het feit en [verdachte] zijn strafbaar.

5.Straf

5.1
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie eist dat [verdachte] wordt veroordeeld tot:
- een jeugddetentie van 90 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 75 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren,
- een taakstraf in de vorm van een werkstraf van 120 uren.
5.2
Standpunt van de verdediging
De advocaat verzoekt de rechtbank om te volstaan met het opleggen van een onvoorwaardelijke jeugddetentie gelijk aan de periode die [verdachte] in voorarrest heeft doorgebracht en een werkstraf.
5.3
Oordeel van de rechtbank
Bij het bepalen van de straf houdt de rechtbank rekening met de ernst van het gepleegde feit en de omstandigheden waaronder [verdachte] dit feit heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van [verdachte] en zijn persoonlijke omstandigheden mee.
Ernst en omstandigheden van het feit
[verdachte] heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan het veroorzaken van een ontploffing bij het [onderwijsinstelling] op Nieuwjaarsnacht. Hij heeft samen met zijn mededaders bedacht om een vuurwerkbom bij het [onderwijsinstelling] af te steken, deze vuurwerkbom ook in elkaar geknutseld en heeft vervolgens ook geholpen bij het aansteken van de vuurwerkbom. De ontploffing heeft grote materiële schade aan het schoolgebouw toegebracht. [verdachte] heeft door zijn handelen blijk gegeven geen respect te hebben voor andermans eigendommen. Ook heeft het handelen van [verdachte] gevoelens van onrust en onveiligheid veroorzaakt. Dit geldt niet alleen voor de medewerkers en de leerlingen van het [onderwijsinstelling] , maar ook voor de maatschappij en in het bijzonder de omwonenden van de school. De rechtbank neemt dit [verdachte] kwalijk. Daar staat tegenover dat de rechtbank het positief vindt dat [verdachte] openheid van zaken heeft gegeven en met de school in gesprek is gegaan (mediation), waarbij hij niet alleen zijn spijt heeft betuigd maar ook zijn verantwoordelijkheid heeft genomen.
Persoonlijke omstandigheden van [verdachte]
Bij de strafoplegging heeft de rechtbank gekeken naar het strafblad van [verdachte] van 2 december 2025, waaruit blijkt dat [verdachte] niet eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen.
Advies van de Raad voor de Kinderbescherming
De Raad heeft op 23 december 2025 een rapportage over [verdachte] opgesteld. De Raad ziet veel beschermende factoren en weinig risicofactoren. [verdachte] komt uit een betrokken gezin en werkt hard aan zijn toekomst. Hij gaat naar school en heeft werk. In het afgelopen jaar heeft [verdachte] zich goed aan zijn schorsingsvoorwaarden gehouden en weinig ondersteuning nodig gehad. De Raad vindt het daarom niet nodig dat [verdachte] nog langer door de jeugdreclassering wordt begeleid. De Raad schat in dat de kans klein is dat [verdachte] opnieuw strafbare feiten pleegt.
De Raad adviseert om een onvoorwaardelijke jeugddetentie gelijk aan het voorarrest op te leggen. Er wordt vanuit pedagogisch oogpunt weinig meerwaarde gezien in het opleggen van een voorwaardelijke straf. Wel vindt de Raad het passend om een onvoorwaardelijke werkstraf op te leggen, vanwege de ernst van het feit en als signaal dat het handelen van [verdachte] gevolgen heeft.
Straf
Omdat sprake is van een heel ernstig feit vindt de rechtbank dat er in ieder geval jeugddetentie moet worden opgelegd. [verdachte] heeft in zijn voorarrest al in de jeugdgevangenis gezeten en de rechtbank vindt dat hij daarmee genoeg jeugddetentie heeft gehad. [verdachte] hoeft van de rechtbank niet opnieuw naar de jeugdgevangenis. Daarom zal een onvoorwaardelijke jeugddetentie opgelegd worden die niet langer duurt dan de dagen die [verdachte] in voorarrest heeft gezeten.
De rechtbank vindt het wel van belang dat [verdachte] nog de gevolgen van zijn handelen ervaart. De rechtbank zal daarom aan [verdachte] nog een taakstraf in de vorm van een werkstraf van 90 uren opleggen.
Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat de volgende straf passend en geboden is: een onvoorwaardelijke jeugddetentie van 15 dagen, met aftrek van de tijd die [verdachte] in voorarrest heeft doorgebracht (15 dagen), en een taakstraf in de vorm van een werkstraf van 90 uren.
De straf die rechtbank aan [verdachte] oplegt, is lager dan de straf die de officier van justitie heeft geëist. [verdachte] en zijn ouders hebben verklaard dat de 15 dagen voorarrest ontzettend veel indruk hebben gemaakt op [verdachte] (en zijn gezin). [verdachte] was voor dit feit nog niet eerder op deze manier in aanraking met politie en justitie gekomen. [verdachte] zegt dat hij tijdens deze detentieperiode zijn lesje wel heeft geleerd en nooit meer in aanraking wil komen met politie en justitie. De rechtbank gelooft [verdachte] daarin. Gelet op het advies van de Raad, zal de rechtbank, anders dan door de officier van justitie is gevorderd, geen voorwaardelijke jeugddetentie opleggen. Hierbij weegt mee dat de kans dat [verdachte] opnieuw een strafbaar feit pleegt laag wordt ingeschat en dat geen reden wordt gezien voor verdere begeleiding door de jeugdreclassering of het opleggen van bijzondere voorwaarden. De rechtbank ziet net als de Raad geen pedagogische meerwaarde voor een hogere straf.
De straf die rechtbank aan [verdachte] oplegt, wijkt af van de straffen die de rechtbank aan de mededaders oplegt. Daarbij weegt mee dat [verdachte] heeft geholpen met het in elkaar zetten én aansteken van de vuurwerkbom (de rechtbank legt [verdachte] een hogere taakstraf op dan de mededaders die de vuurwerkbom niet hebben aangestoken) en dat [verdachte] ten tijde van het feit 17 jaar oud was (de rechtbank legt [verdachte] een hogere onvoorwaardelijke jeugddetentie op dan de mededaders die jonger zijn dan [verdachte] en een lagere
onvoorwaardelijke jeugddetentie dan de dader die ouder is dan [verdachte] ).
De voorlopige hechtenis
De rechtbank zal het - reeds geschorste - bevel tot voorlopige hechtenis opheffen.

6.In beslag genomen voorwerp

Onder [verdachte] is 1 STK Telefoontoestel ( 3461747 ) inbeslaggenomen.
6.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd om de telefoon verbeurd te verklaren.
6.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat heeft verzocht om de telefoon terug te geven aan [verdachte] .
6.3.
Oordeel van de rechtbank
Verbeurdverklaring
De rechtbank zal de telefoon verbeurd verklaren, omdat deze gebruikt is bij (de voorbereiding van) het bewezenverklaarde feit.

7.Schadevergoedingsmaatregel?

Inleiding
Het [onderwijsinstelling] heeft geen verzoek tot schadevergoeding ingediend voor de schade aan het schoolgebouw. Op het wensenformulier heeft de gemachtigde van het [onderwijsinstelling] aangegeven dat het gebouw eigendom is van de gemeente Utrecht. De gemeente Utrecht heeft zich niet als benadeelde partij in het strafproces gevoegd. Als een slachtoffer zich niet in het strafproces heeft gevoegd, kan de strafrechter ambtshalve een schadevergoedingsmaatregel opleggen als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht indien en voor zover de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht.
7.1
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie verzoekt de rechtbank om een schadevergoedingsmaatregel op te leggen. Zij acht een totaalbedrag van € 40.000 euro op zijn plaats als vergoeding voor de schade die de gemeente Utrecht heeft geleden. De officier van justitie heeft (per verdachte) gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen voor een bedrag van € 10.000,00.
7.2
Standpunt van de verdediging
De advocaat verzoekt om de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel af te wijzen.
7.3
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank zal niet overgaan tot het opleggen van een schadevergoedingsmaatregel en heeft daarbij het volgende laten meewegen.
Allereerst weegt mee dat de gemeente Utrecht een professionele partij is, waarvan verwacht mag worden dat zij kennis heeft van de juridische mogelijkheden tot het vorderen van schadevergoeding. De gemeente Utrecht heeft er (kennelijk op dit moment) voor gekozen om (nog) geen verzoek tot schadevergoeding in te dienen. Het is niet bekend wat de afwegingen van de gemeente daarbij zijn geweest. Niet kan worden uitgesloten dat de schade mogelijk op een andere wijze is vergoed, bijvoorbeeld door een verzekeraar.
Ook weegt mee dat onvoldoende duidelijk is wat de omvang van de schade aan het [onderwijsinstelling] is geweest. Het dossier bevat wel een aanvraag voor een offerte van herstelwerkzaamheden, maar daaruit volgt niet dat de herstelwerkzaamheden zijn uitgevoerd dan wel wat de daadwerkelijke kosten van de herstelwerkzaamheden zijn geweest. De rechtbank kan op basis van het dossier dan ook niet vaststellen wat de omvang van de schade aan het schoolgebouw is geweest.

8.Toegepaste wetsartikelen

De opgelegde straf en beslissing op het beslag zijn gebaseerd op artikelen 33, 33a, 47, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n en 157 van het Wetboek van Strafrecht.

9.De beslissing

De rechtbank:
bewezenverklaring
- verklaart bewezen dat [verdachte]
het primaire feitheeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;
- verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt [verdachte] daarvan vrij;
strafbaarheid feit
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld;
strafbaarheid [verdachte]
- verklaart [verdachte] strafbaar voor het bewezenverklaarde;
straf
- veroordeelt [verdachte] tot
een jeugddetentie voor de duur van 15 dagen;
- bepaalt dat de tijd, door [verdachte] vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht (15 dagen), bij de tenuitvoerlegging van de jeugddetentie in mindering zal worden gebracht;
- veroordeelt [verdachte] tot een taakstraf in de vorm van een
werkstraf van 90 uren;
- beveelt dat voor het geval [verdachte] de werkstraf niet of niet naar behoren verricht de werkstraf wordt vervangen door 45 dagen jeugddetentie;
schadevergoedingsmaatregel
- wijst af de vordering van de officier van justitie tot oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;
beslag
- verklaart 1 STK Telefoontoestel ( 3461747 ) verbeurd;
voorlopige hechtenis
- heft op het - al geschorste - bevel tot voorlopige hechtenis.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.G.C. Bij de Vaate, voorzitter, tevens kinderrechter, mr. N.P.J. Janssens en mr. T.C.P. Christoph, (kinder-)rechters, in tegenwoordigheid van
mr. E.J. van Bergeijk als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2026.
Bijlage: De tenlastelegging
Aan [verdachte] is ten laste gelegd dat:
primairhij op of omstreeks 1 januari 2025 te Vleuten, gemeente Utrecht, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door
- een of meer cobra's, althans een of meer stuks (knal)vuurwerk, vast te maken aan een of meer flessen (gevuld met) benzine en/of
- (vervolgens) dat explosief, in elk geval die cobra's, althans dat (knal)vuurwerk, met de flessen (gevuld met) benzine, aan/bij/tegen het (raam)kozijn en/of de deur van de hoofdingang van het [onderwijsinstelling] te plaatsen/plakken/leggen en/of
- (vervolgens) dat explosief, in elk geval die cobra's, althans het (knal) vuurwerk, met vuur in aanraking te brengen en/of aan te steken,
- (waardoor) vlammen/vuur en/of een explosie zijn/is ontstaan,
terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen, te weten ramen en/of muren en/of deuren en/of kozijnen en/of een houten overkapping, althans het gebouw, van het [onderwijsinstelling] , en/of een doos met lichtarmaturen en/of schilderijen, te duchten was;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] op of omstreeks 1 januari 2025 te Vleuten, gemeente Utrecht, in elk geval in Nederland, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft/hebben gebracht door
- een of meer cobra's, althans een of meer stuks (knal)vuurwerk, vast te maken aan een of meer flessen (gevuld met) benzine en/of
- (vervolgens) dat explosief, in elk geval die cobra's, althans dat (knal)vuurwerk, met de flessen (gevuld met) benzine, aan/bij/tegen het (raam)kozijn en/of de deur van de hoofdingang van het [onderwijsinstelling] te plaatsen/plakken/leggen en/of
- (vervolgens) dat explosief, in elk geval die cobra's, althans het (knal) vuurwerk, met vuur in aanraking te brengen en/of aan te steken,
- (waardoor) vlammen/vuur en/of een explosie zijn/is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen, te weten ramen en/of muren en/of deuren en/of kozijnen en/of een houten overkapping, althans het gebouw, van het [onderwijsinstelling] , en/of een doos met lichtarmaturen en/of schilderijen, te duchten was,
waarbij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op een of meerdere tijdstip(pen) op of omstreeks 1 januari 2025 in Vleuten en/of Utrecht, in elk geval in Nederland, (meermalen) (telkens) opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door
- af te spreken en/of aanwezig te zijn bij een afspraak in de woning van [verdachte] en/of
- meerdere telefonische berichten te verzenden en/of
- een tas met vuurwerk en/of flessen en/of benzine te dragen/mee te nemen en/of
- digitaal een locatie te delen en/of
- een video te maken en/of een video te delen;

Voetnoten

1.Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie Eenheid Midden-Nederland met proces-verbaalnummer PL0900-2025000200, doorgenummerd pagina 1 tot en met 318. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgemaakt proces-verbaal. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344 eerste lid onder 5 van het Wetboek van Strafvordering worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.
2.Een proces-verbaal van aangifte van [aangever] , namens het [onderwijsinstelling] , d.d. 1 januari 2025, pagina 11 en 12.