Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.De procedure
- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 33;
2.De zaak in het kort
3.De beoordeling
- Erflaatster heeft op 13 februari 1990 door middel van een ‘trust agreement’ een zogenoemde trust opgericht. In deze trust heeft zij al haar goederen, ook de goederen die zij in de toekomst in eigendom zou verkrijgen, ingebracht. Het creëren van een trust is een manier om vermogen na overlijden aan anderen te doen toekomen.
- De ‘trust agreement’ is in 2011 geherformuleerd door een zogeheten ‘restatement of trust agreement of [erflaatster] ’. De voorzieningenrechter leidt uit de stukken af dat [naam] de naam was van de eerste (en overleden) echtgenoot van erflaatster.
- Op 15 oktober 2014 is hierop een ‘first amendment to the restatement of trust agreement of [erflaatster] ’
- In de ‘trust agreement’ is beschreven welke bevoegdheden de ‘trustee’ heeft wat betreft de goederen die erflaatster in de trust heeft ingebracht. De ‘trustee’ was erflaatster zelf. Zij had vastgelegd dat bij haar overlijden mevrouw [eerste opvolgende curator] de ‘initial successor trustee’ zou zijn. In de hiervoor genoemde ‘first amendment to the restatement of trust agreement of [erflaatster] ’ heeft erflaatster [gedaagde] aangewezen als ‘second alternate successor trustee’.
- Erflaatster had ook een testament, dat (ook) op 15 oktober 2014 was opgemaakt. Dit testament bevat de volgende bepaling:
- Van de goederen die erflaatster in de trust had ingebracht, was een bepaalde bankrekening uitgezonderd. Dat had erflaatster in de eerder genoemde ‘first amendment to the restatement of trust agreement of [erflaatster] ’ bepaald. Het ging om de ‘LPL Financial Account’. Het geld dat erflaatster aan [eiser] had geleend, was afkomstig van deze bankrekening. Erflaatster had deze bankrekening niet in de trust ingebracht, omdat zij wilde dat het saldo op deze rekening na haar overlijden aan anderen toekwam dan de begunstigden van de trust.
- Na het overlijden van erflaatster is de hiervoor genoemde mevrouw [eerste opvolgende curator] de ‘successor trustee’ geweest. Mevrouw [eerste opvolgende curator] is op [datum overlijden 2] 2022 overleden. Door dit overlijden is [gedaagde] de ‘successor trustee’ geworden. Dit is ook vastgelegd in een zogenaamd ‘Trustee’s certification of trust’
- Een ‘successor trustee’ kan de nalatenschap zonder bemoeienis van de rechtbank afhandelen. Dat geldt niet voor een ‘executor’. [gedaagde] kon de vordering uit de geldleningsovereenkomst alleen namens de nalatenschap innen als het testament door de rechtbank in Californië was goedgekeurd. Pas dan zou het testament geldig en afdwingbaar zijn.
- [gedaagde] heeft op 16 juni 2025 een verzoek ingediend bij de ‘Superior Court of Orange County’ om het testament goed te keuren en haar bevoegd te maken de nalatenschap van erflaatster af te handelen. Op 28 augustus 2025 heeft de genoemde rechtbank het testament geverifieerd en [gedaagde] de genoemde bevoegdheid verleend. In een zogenaamd ‘Order for Probate’
‘A will… is valid as a holographic will, whether or not witnessed, if the signature and the material provisions are in the handwriting of the testator.’ [6] Dit wordt volgens [gedaagde] bevestigd in een opinie van een Californische advocaat.