Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:1672

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
23 maart 2026
Publicatiedatum
20 april 2026
Zaaknummer
C/16/26/111F
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 lid 1 FwArt. 8 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen faillietverklaring niet-ontvankelijk wegens ontbreken advocaat en eerdere verschijning

De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 23 maart 2026 het verzet tegen de faillietverklaring van de stichting opposante tegen de besloten vennootschap geopposeerde B.V. De opposante had het verzet zelf ingediend zonder tussenkomst van een advocaat, terwijl artikel 5 lid 1 Faillissementswet Pro vereist dat een verzoek als bedoeld in artikel 8 Faillissementswet Pro door een advocaat wordt ingediend.

Daarnaast was de opposante reeds op 13 januari 2026 verschenen bij de eerste behandeling van de procedure. Hierdoor is geen sprake van een verstekprocedure, en kan de opposante geen verzet instellen tegen de faillietverklaring, maar slechts hoger beroep, zoals bevestigd door de Hoge Raad in een arrest van 18 december 1992.

De rechtbank heeft daarom het verzet niet inhoudelijk behandeld en verklaart de opposante niet ontvankelijk in haar verzoek. Dit vonnis is in het openbaar uitgesproken door rechter P.J. Neijt.

Uitkomst: Verzet tegen faillietverklaring niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken advocaat en eerdere verschijning.

Uitspraak

RECHTBANK Midden-Nederland

Toezicht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/26/111F
Vonnis van 23 maart 2026
op het verzet in het faillissement van
de stichting
[opposante]
,
statutair gevestigd [vestigingsplaats] ,
vestigingsadres: [postcode] [plaats] , [adres] ,
ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer [nummer] ,
opposante,
hierna te noemen: [opposante] ,
tegen
de besloten vennootschap
[geopposeerde] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
geopposeerde,
hierna te noemen: [geopposeerde] ,
advocaat mr. S.A.C.A. van Vloten.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure volgt uit:
- het vonnis van 10 maart 2026,
- het bezwaar tegen de faillietverklaring van 17 maart 2026.
1.2.
Omdat op basis van de stukken blijkt dat het verzoek niet kan worden behandeld, heeft geen behandeling ter zitting plaatsgevonden.

2.De beslissing

2.1.
Op grond van artikel 5 lid 1 Fw Pro moet een verzoek als bedoeld in artikel 8 Fw Pro moet ingediend worden voor een advocaat. Nu [opposante] het verzoek zelf ingediend, is zij niet ontvankelijk in haar verzoek.
2.2.
Daar komt bij dat [opposante] op 13 januari 2026 is verschenen in de procedure. Als [opposante] bij de eerste behandeling voor de rechtbank is verschenen dan is van een verstekprocedure geen sprake meer, ook als zij bij het vervolg van de behandeling op een volgende zitting niet is verschenen. [opposante] kan dus geen verzet instellen, maar slechts hoger beroep (zie HR 18 december 1992, ECLI:NL:HR:1992:ZC0811).

3.3. De beslissing

De rechtbank:
3.1.
verklaart [opposante] niet ontvankelijk in haar verzoek.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.J. Neijt en in het openbaar uitgesproken op 23 maart 2026.