Uitspraak
1.De procedure
2.De kern van de zaak
3.De achtergrond met de vorderingen
conventie). Verder vordert [eiseres] vergoeding van de schade die zij heeft geleden door het voortijdig beëindigen van de overeenkomst door [gedaagde] .
reconventie).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres was van november 2024 tot februari 2025 via een recruitmentbureau gedetacheerd bij gedaagde en werkte twee dagen per week als functie. Na afloop van de detachering ontstond discussie over voortzetting van werkzaamheden op basis van een mondelinge overeenkomst van opdracht.
Eiseres stelde dat zij tot en met 27 maart 2025 recht had op betaling, terwijl gedaagde dit betwistte en stelde dat er geen overeenkomst was en dat zij niet meer werkte na 18 maart 2025. Gedaagde vorderde vernietiging van de overeenkomst wegens dwaling.
De kantonrechter oordeelde dat er wel degelijk een mondelinge overeenkomst bestond en dat eiseres recht had op betaling tot 27 maart 2025. De vordering tot schadevergoeding werd afgewezen omdat eiseres zelf had ingestemd met beëindiging per eind maart. Gedaagde werd veroordeeld tot betaling van het openstaande bedrag, incassokosten en proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig loon en incassokosten, schadevergoeding wordt afgewezen.