Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:1651

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
8 april 2026
Publicatiedatum
19 april 2026
Zaaknummer
C/16/606630 / HL ZA 26-37
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:87 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering vervangende schadevergoeding wegens tekortkoming aannemingsovereenkomst gevelwerkzaamheden

Eiser heeft aan gedaagde B.V. opdracht gegeven om werkzaamheden aan de gevel van zijn woning uit te voeren. Eiser stelt dat gedaagde het werk niet naar behoren heeft uitgevoerd, ondanks herhaalde sommaties. Daarom heeft eiser de nakoming van de aannemingsovereenkomst omgezet in een vordering tot betaling van vervangende schadevergoeding.

Gedaagde is niet verschenen in de procedure, waardoor verstek is verleend. De rechtbank beoordeelt de vorderingen en oordeelt dat deze niet onrechtmatig of ongegrond zijn, met uitzondering van enkele technische aanpassingen in de formulering van de omgezette verbintenissen.

De rechtbank veroordeelt gedaagde tot betaling van een bedrag van € 89.236,06 inclusief btw aan vervangende schadevergoeding, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 12 januari 2026, alsmede betaling van expertisekosten en buitengerechtelijke incassokosten met rente vanaf de dagvaarding. Tevens wordt gedaagde veroordeeld in de proceskosten van € 3.048,67 plus wettelijke rente en bijkomende kosten bij niet-tijdige betaling.

De veroordelingen worden uitvoerbaar bij voorraad verklaard, en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van vervangende schadevergoeding, rente, expertisekosten, incassokosten en proceskosten, met veroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Uitspraak

RECHTBANK Midden-Nederland

Civiel recht
Zittingsplaats Lelystad
Zaaknummer: C/16/606630 / HL ZA 26-37
Vonnis van 8 april 2026
in de zaak van
[eiser],
te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat: mr. N. Weel,
tegen
[gedaagde] B.V.,
te [vestigingsplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 26 januari 2026 met producties 1 tot en met 13;
- het tegen [gedaagde] verleende verstek.
1.2
Ten slotte is bepaald dat er een vonnis zal worden uitgesproken.

2.De kern van de zaak

2.1
[eiser] heeft [gedaagde] opdracht gegeven om werkzaamheden uit te voeren aan de gevel zijn woning. [eiser] stelt dat [gedaagde] – ondanks sommaties – het werk niet goed heeft uitgevoerd. [eiser] heeft daarom de verbintenis tot nakoming omgezet in een verbintenis tot betaling van vervangende schadevergoeding. In deze procedure vordert hij betaling daarvan, vermeerderd met rente en kosten. De rechtbank wijst deze vorderingen grotendeels toe.

3.De beoordeling

Tegen [gedaagde] is verstek verleend
3.1
[gedaagde] is in deze procedure niet verschenen. Tegen haar is daarom verstek verleend. Dat betekent dat de vorderingen worden toegewezen, tenzij de rechtbank vindt dat deze onrechtmatig of ongegrond zijn.
De vorderingen worden grotendeels toegewezen
3.2
De vorderingen komen de rechtbank niet onrechtmatig op ongegrond voor en zullen worden toegewezen, met uitzondering van het onderstaande.
3.3
De gevorderde verklaring voor recht wordt toegewezen, met dien verstande dat ten opzichte van de letterlijke tekst uit het petitum de volgende aanpassingen worden aangebracht:
  • niet de overeenkomst zelf is (op grond van artikel 6:87 BW Pro) omgezet, maar de daaruit voor [gedaagde] voortvloeiende verbintenissen;
  • deze verbintenissen zijn niet omgezet in een vordering tot betaling van vervangende schadevergoeding, maar in een verbintenis tot betaling daarvan.
3.4
De wettelijke rente over de buitengerechtelijke incassokosten wordt toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding.
3.5
De gevorderde verklaring voor recht wordt niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard, de overige vorderingen wel.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
3.6
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
155,67
- griffierecht
1.414,00
- salaris advocaat
1.290,00
(1 punt × € 1.290,00)
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
3.048,67
3.7
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

4.De beslissing

De rechtbank
4.1
verklaart voor recht dat [gedaagde] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de (koop-/)aannemingsovereenkomst en dat de daaruit voor [gedaagde] voortvloeiende verbintenissen rechtsgeldig zijn omgezet in een verbintenis tot betaling van vervangende schadevergoeding;
4.2
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen:
  • € 89.236,06 inclusief btw ter zake van vervangende schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf 12 januari 2026 tot de voldoening;
  • € 2.669,62 inclusief btw aan expertisekosten;
  • € 2.049,81 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf 26 januari 2026 tot de voldoening;
4.3
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 3.048,67, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
4.4
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;
4.5
verklaart de veroordelingen onder 4.2 tot en met 4.4 uitvoerbaar bij voorraad;
4.6
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr G.J. Baken en in het openbaar uitgesproken op 8 april 2026.
45353