ECLI:NL:RBMNE:2026:1648
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot ontbinding arbeidsovereenkomst wegens beëindiging opleidingstraject
De zaak betreft een verzoek van een onderwijsinstelling om de arbeidsovereenkomst met een onderwijsassistent te ontbinden op grond van de h-grond, omdat het opleidingstraject tot bevoegd leraar was beëindigd. De werknemer was sinds augustus 2024 in dienst en benoemd tot onbevoegd leraar met een tijdelijk contract voor het opleidingstraject.
De werkgever stelde dat het opleidingstraject in april 2025 werd stopgezet vanwege een mismatch en het ontbreken van vertrouwen in een goede afloop, mede door uitval van de werknemer wegens persoonlijke omstandigheden. De kantonrechter oordeelde dat onvoldoende is aangetoond dat de werknemer heeft ingestemd met beëindiging van het traject of dat zij ongeschikt is voor het speciaal onderwijs. Eén incident werd onvoldoende geacht om het traject als vruchteloos te bestempelen.
De uitval van de werknemer en de mogelijke noodzaak tot herstart van het opleidingstraject maken de arbeidsovereenkomst niet inhoudsloos. De vrees van de werkgever dat de Inspectie het niet toestaat dat een onbevoegde docent werkt zonder een overeenkomst voor de gehele duur van het traject is onvoldoende onderbouwd.
Een verstoorde arbeidsrelatie werd te laat en onvoldoende onderbouwd aangevoerd. De kantonrechter concludeert dat de arbeidsovereenkomst moet voortduren, ondanks de lastige situatie voor beide partijen. De proceskosten worden aan de werkgever opgelegd omdat het ontbindingsverzoek wordt afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen en de werkgever wordt veroordeeld in de proceskosten.